          

|
Duvelblues
Terreinen Jeugdhuis Kabal, Ruisbroek-Puurs - 17
juli 2021
Na maanden zonder optredens en festivals
kon het sinds begin juli weer. Weliswaar
onder voorwaarden. Duvelblues, getrouw
een van de eerste bluesfestivals op de
zomerkalender, verhuisde noodgedwongen
van eind mei naar half juli. Onder een
enigszins hertekend format zorgden vier
muzikale kleppers voor een memorabele
negentiende editie. In minder dan een
week 'vlogen' alle beschikbare tickets
online de deur uit. In de Kaardijkstraat
in Ruisbroek-Puurs waren de terreinen
van Jeugdhuis Kabal omgetoverd tot een
gezellige site. Het werd een chic
tuinfeest, een party door blues omringd,
een blij weerzien met een hele rits oude
bekenden én een publiek. Een publiek dat
razend enthousiast was maar zich toch
keurig aan de regels hield!
Walter Broes & The
Mercenaries mochten de aftrap geven. Walter en
zijn ‘partners in crime’ Clark Kenis (contrabas) en
drummer Lieven Declerck stonden garant voor een
heerlijk potje rockabilly. Na de split van zijn
Sneatsiffers heeft Walter eigenlijk nooit
stilgezeten. Zijn aanstekelijke rockabilly blijft
strak gegoten en dat etaleren The Mercenaries in
nummers als ‘Big Sexy’ en ‘Movin’ Up’, de titeltrack
van het gelijknamige album uit 2016. Het
sprankelende en op countryblues geïnspireerde
‘Security’ en het door Texasblues bevruchte ‘No
More’ staan steeds hoog op ons verlanglijstje én we
kregen gehoor. Broes’ fantastisch snarenwerk en die
altijd even elastische ritmiek doen ons vaak aan The
Paladins terugdenken. Het op een Bo Diddley-beat
drijvende ‘I Got My Own Kick Going’, origineel van
Ronnie Self uit 1954, was dan weer foerage voor de
echte kenners. Clark mocht Chris Isaaks ‘Gone Ridin’
van onder het stof halen en zo dreef ook de song
‘Man Child’ op een rustig rumba-ritme. Met alweer
die geweldige samenzang was ‘Break Up’ de ideale
uitsmijter. Een stomend setje, een knappe opener!
William Souffreau, 75
ondertussen, zette zijn eerste stappen richting
muzikale roem in 1960 bij The Blue Jets. Daarna
kwamen The Mings en The Four Rockets. Na heel wat
personeelswissels en omzwervingen kwam de band, die
toen The VooDoo heette, bij manager Louis De Vries
terecht. Net zoals The Pebbles leidde De Vries ook
de tot Irish Coffee herdoopte band van
Souffreau naar internationaal succes. In de jaren
'70 werd Irish Coffee officieus uitgeroepen tot
beste Belgische rockband en Souffreau tot beste
Belgische zanger. Na verschillende splits en reünies
zijn ze sinds 2010 weer zeer consistent bezig en hun
sound is nog steeds een kruising van bluesrock en
stevig gekruide rock. Nu dus op Duvelblues! William
bleek sterk bij stem en nummers als 'The Show'
(1971) laten zich na al die jaren nog steeds niet in
een eenduidig muzikaal hoekje dringen. Net zoals
kaskraker 'Living Ain't Easy' met zijn moddervette
gitaarriffs. 'I'm Lost' deed ons ongewild ietwat aan
George Harrison denken, of het moet aan die
'Indische klakvorm' hebben gelegen. Van het
ongepolijste 'Tobacco Field' ging het naadloos naar
'No Good For Nothing' en zelfs de 'signature song'
'Masterpiece', jawel, de single die sinds
mensenheugenis een collectors item is, staat
gelukkig nog steeds op de playlist. William
Souffreau, de Vlaamse rockpionier, is alive and
kickin'!
Bai Kamara Jr. & The
Voodoo Sniffers waren de enige internationale
act op Duvelblues. Zanger-gitarist en songsmid Bai
Kamara Jr. werd geboren in West-Afrika, daar waar
het allemaal begon. Als zoon van een voormalige
ambassadrice van Sierra Leone, groeide hij op in het
Verenigd Koninkrijk maar nu woont hij al ruim
vijfentwintig jaar in Brussel. Diep doordrongen van
de polyritmiek van zijn geboorteland én in de ban
van John Lee Hooker, Big Bill Broonzy en andere
legendarische bluesartiesten, begon hij zelf muziek
te maken. Temeer omdat hij zijn verhaal over thema's
als corruptie, machtsmisbruik en sociaal onrecht aan
de kaak wou stellen. Ondanks een lange aanwezigheid
in het Europese soul- en rhythm and bluescircuit en
enkele succesvolle cd's bleef Bai lang onder de
radar. Daar bracht zijn recente blues- en rootsalbum
'Salone' (wat gewoonweg Sierra Leone betekent in de
Krio-taal) verandering in. Met een vijfkoppig
ensemble en inspiratie vanuit zijn Afrikaanse roots
zorgde de opwindende sound hier voor een muzikaal
orgasme! De akoestische instrumentatie, de
retestrakke ritmesectie en Bai's warme soulstem à la
Eric Bibb of Keb' Mo zorgden voor een subtiele
bluessound. We onthielden 'Trouble als een knaller
van een openingssong vanwege de melodieuze
shuffledrum. In 'Cold Cold Love' was het de stem die
het hem deed. Van de autobiografische Afrikaanse
bluessong 'Homecoming' ging het gezwind naar 'Don't
Worry About Me' en 'I Don't Roll With Snakes',
drijvend op het rauwe boogieritme van John Lee
Hooker. Bai Kamara begeesterde ons ook in hoge mate
met het funky en schurende 'I'm A Grown Man'. En dat
is hij zeker!
Als er aan het hele
coronaverhaal ook maar iéts positiefs is, is dat het
feit dat Belgische bands nu ook eens als 'top of the
bill' kunnen fungeren op een gerenommeerd festival.
Tiny Legs Tim & The Elsewhere Bound Orchestra
mochten deze negentiende Duvelblues-editie
uitzwaaien. Zijn verhaal is ondertussen genoegzaam
bekend: Als kind van amper vijf leerde hij via de
platencollectie van zijn vader de Afro-Amerikaanse
muziek kennen. Blind Lemon Jefferson zit zo voor
eeuwig in zijn geheugen verankerd. Op de aftandse
akoestische gitaar van zijn grootvader begon Tim als
solo-artiest en hij ruilde Westouter in voor de
Gentse binnenstad om zijn carrière verder vorm te
geven. 'Elsewhere Bound', zijn vijfde studioplaat
huisvest naast de akoestische elementen ook een
echte 'bigbandfeeling'. En het is in die bezetting
dat Tim hier mocht aan- en optreden. Hij kreeg
meesterlijke steun van Tom Callens op bariton- en
tenorsax, Mark De Maeseneer op tenorsax, Marie-Anne
Standaert en Yves Fernandez op trompet, Luc Vermeir
op piano, Steven Troch op mondharmonica, bassist
Filip Vandebril, Amel Serra Garcia op percussie en
Frederik Van dan Berghe op drums. Met dit ensemble
was het podium goed gevuld. Uiteraard stond het
album 'Elsewhere Bound' met heel veel New
Orleans-invloeden centraal. Tims gitaarlicks kruisen
meermaals de degens met harpvirtuoos Steven Troch.
De interactie en het samenspel op zich waren subliem
in songs als het swampy ‘One More Change’, ‘Keep Me
Satisfied’, ‘Ocean’ en ‘Still Love’, ingekleurd met
zwoele percussie. Die impulsiviteit vonden we ook
terug in ‘Going
Down South’ en ‘Big City Blues’. Gelukkig vonden
wij geen ‘Dirty Work On The Route’ bij het
naar huis rijden. Onvervalst en haast 'vintage'
loodste Tiny Legs Tim ons met zijn ontspannen folk-,
blues- en rootssound de nacht in. Tiny Legs Tim en
zijn soulmates zijn indrukwekkende muzikanten! Right
on…
Philip Verhaege
(met dank aan Duvelblues)
reageer op dit artikel
terug naar de
index van de concert- en festivalrecensies
-
Naast de concert- en
festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds
1995 het meest complete en veelzijdige
tijdschrift voor blues en verwante
muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u
nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd-
en dvd-recensies, boeken, de meest complete
blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor
meer info.
|
foto's:
© Philip Verhaege
|