Skyler Saufley
Banana Peel, Ruiselede - 24 november 2025

In België, en meer bepaald in Vlaanderen, bestaat er een gevarieerd aanbod aan bluesmuziek en aanverwanten: er zijn verschillende festivals, clubs en bands die diverse genres beslaan en dit alles geografisch mooi gespreid. Een aantal van deze activiteiten zijn over de landsgrenzen bekend en kunnen de vergelijking met het buitenland zeker doorstaan. Nochtans zijn er op het Europese continent evenementen, die er toch nog wel iets bovenuit steken, zoals het bluesfestival van Luzern in Zwitserland. Onlangs hadden we het genoegen om dit uitstekende festival bij te wonen, maar daarover meer in een volgend nummer van ons tijdschrift. Gelukkig vallen er dan de spreekwoordelijke kruimels van de tafel en kunnen de bluesfans in België hun graantje meepikken. De passage van Skyler Saufley in Luzern was zeker niet onopgemerkt gebleven en er werd een verlengstuk aangebreid door middel van een minitournee door Europa met dezelfde begeleidingsmuzikanten. Zo stond hij dan ook voor een concert in de uitverkochte Banana Peel.

Saufley is in Europa nog geen bekende bij het grote publiek, maar daar zal waarschijnlijk snel verandering in komen. De dertigjarige Skyler is geboren in Virginia maar is vanwege de militaire loopbaan van zijn vader opgegroeid op verschillende plaatsen in de VS. Hij is een autodidact die zich reeds op vroege leeftijd de gitaar maar ook andere instrumenten eigen maakte (bas, mondharmonica, drums, mandoline, klavier). Sinds zijn zestiende treedt hij op voor betalend publiek. Zijn insteek is om de fifties-blues niet te imiteren maar op een getrouwe manier te brengen, door te proberen zich in de plaats van de oorspronkelijke artiest te plaatsen.

In de Banana Peel heeft hij er duidelijk zin in en het publiek doet zijn reputatie alle eer aan en gaat vanaf het begin van de set mee in de interactie met de artiest. Zijn set brengt een bloemlezing van fifties-blues, rhythm-and-blues en boogiewoogie in alle mogelijke schakeringen, maar met een belangrijke focus op swing-, jump- en West Coast blues. Hij is duidelijk fan van T-Bone Walker, maar nog wel een grotere fan van Pee Wee Crayton. Zijn setlist omvat echter ook werk van vele andere muzikanten zoals Fats Domino, Lowell Fulson, Guitar Slim, (vroege) B.B. King, Jimmy Reed, Snooks Eaglin, Smiley Lewis, Sonny Boy Williamson I en Big Joe Turner. Net niet te veel om op te sommen, maar zeker te veel om hier alles te beschrijven. Het is duidelijk dat Skyler meer stijlen beheerst dan er snaren op zijn gitaar zitten.

Als we er dan toch een paar songs uitpikken, dan denken we aan 'Runnin' Wild' van Pee Wee Crayton, 'Willing And Able' van Fats Domino, gevolgd door de T-Bone-slowblues 'Glamour Girl' of de snelle boogie 'You Ain't Nothing But A Playgirl' van Smiley Lewis, waarmee Skyler de eerste helft van het optreden afsluit. Doorheen de set zoekt hij permanent het contact met het publiek en ontpopt hij zich als een ware entertainer: perfect in de plooi gelegde haarsnit, een guitige soms wat uitdagende blik, humoristische bindteksten met de nodige kwinkslagen. En als de tekst van 'Rub A Dub' van Sonny Boy Williamson I een beetje 'raunchy' wordt – zoals hij zelf zegt – dan excuseert hij zich met een brede grijns op het aangezicht: "I didn't write this song!"

Skyler heeft een veelzijdig en dynamisch gitaarspel en de intensiteit waarmee hij zijn instrument bespeelt is geregeld op zijn gezicht af te lezen. Verwacht echter geen krachtpatserij op de gitaar maar eerder smaakvolle finesse, nu eens vol zwier gespeeld, dan weer met een stotterende, tegendraadse frasering. Naast de gitaar neemt hij af en toe ook de mondharmonica ter hand om in een simpele maar doeltreffende stijl de Jimmy Reed-nummers van toepasselijk geblaas te voorzien. Zijn heldere stem en duidelijke articulatie laten toe de songteksten moeiteloos te begrijpen.

De begeleidingsmuzikanten hoeven weinig introductie: Denis Agenet en Abdell B Bop komen geregeld in ons land voorbij om Amerikaanse artiesten te begeleiden. Nieuw in deze context is de pianiste Anita Fabiani. Ze is van Argentijnse afkomst maar woont tegenwoordig in Toulouse. Haar pianospel gaat soms een beetje verloren in de algemene sound van de band maar de goede toehoorder ontwaart al snel haar gevarieerd spel. En bij de solo's kan ze geregeld stevig uitpakken. Abdell aan de doghouse bass – zoals Skyler dit instrument benoemt – heeft bijna permanent een onverstoorbaar aura over zich, op het randje van het apathische af. Maar dat is maar schijn. Samen met Denis voorziet hij de nummers van een swingende fond en wanneer Skyler af en toe het gaspedaal induwt, volgt hij moeiteloos. Denis weet vakkundig shuffles, rumba of New Orleans-beats neer te leggen. Meer dan eens haalt hij zijn 'borstels' boven of bespeelt hij de rim van zijn snaredrum. In één nummer neemt hij ook de zang voor zijn rekening, zoals we wel meer gewoon zijn van hem.

Een woordje uitleg over het materiaal dat Skyler gebruikt. Enerzijds is er zijn 'big box' Harmony-gitaar, uitgerust met Gibson P-13-pick-ups (de voorloper van de P-90). Deze gitaar wordt in jumpbluesmiddens weleens omschreven als de ultieme gitaar om die specifieke sound te brengen. Verder speelt hij op een Stratocaster, die er op het eerste zicht nogal vintage uit ziet. Navraag bij Skyler leert ons dat het gaat om een 'Road Worn-model' van Fender, als het ware een imitatie vintage Strat met exact de zelfde kleuren als het exemplaar van Pee Wee Crayton. Als versterker dient een in bruikleen gekregen Fender Bassman, die Skyler tijdens de set meermaals bijregelt. Het blijkt immers een versterker te zijn, die aangepast is voor mondharmonicaspel, zodat die sneller in distorsie gaat. Maar dat is niet echt ideaal voor de quasi cleane sound van de fifties-blues.

Na de pauze gaat het op dezelfde manier verder, misschien zelfs met nog wat meer nadruk op de blues dan de andere stijlen. De hele set bestaat eigenlijk uit een nimmer vervelende aaneenschakeling van covers die op een frisse en tezelfdertijd authentieke manier worden gebracht. Vermelden we hier 'The Things That I Used To Do' van Guitar Slim waarbij Skyler het plectrum inruilt voor de obligate fingerpicking en 'Hey! Baby, I Wanna Know' van Bruce Channel, wat het publiek toelaat om spontaan mee te zingen. Of het swingende nummer 'T-Bone Boogie' dat T-Bone Walker in 1945 opnam. Skyler blinkt uit door zijn vingervlug gitaarwerk, waarmee hij ook Anita en Abdell uit hun kot lokt.

Na het bisnummer ('Bye Bye Baby Blues' van Big Joe Turner) krijgt Skyler een verdiende staande ovatie. Het bestuur van de 'Banannepelle' heeft er duidelijk goed aan gedaan om de man op het programma te zetten. En aan diegenen die beweren dat onze geliefde muziek op sterven na dood is, zeggen we volmondig "Hell, no!". Naast de hele reeks jonge Afro-Amerikaanse artiesten die de laatste jaren de revue passeerden, blijft ook het jonge blanke talent naar boven drijven. Skyler is slechts een voorbeeld van dit segment van de jonge garde. Na het optreden vroegen we hem nog of hij al een plaat heeft opgenomen. We kregen een kort antwoord: "I made a record, but I got ripped off and I don't wanna tell more about that right now." We kijken alvast uit naar die eerste langspeler.

Kris Herrebout


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Kris Herrebout