(Ge)Varenwinkel Blues & Roots Festival
Herselt - 29 en 30 augustus 2025

Wij zijn nu eenmaal een medium voor blues en bluesverwante muziek. In die context is het (Ge)Varenwinkel Blues & Roots Festival soms een uitdaging omdat bluesliefhebbers – en daartoe rekenen we ook onszelf – er de zogenaamde roots- of americanabands moeten bijnemen. Dat zorgt weleens voor vreugdevolle ontdekkingen wanneer programmator Bruno Verhoeven iets uit zijn hoed tovert dat een ziel en een geweten heeft, én muzikaal zo sterk in elkaar zit dat het ook bluesfans in hoge mate kan bekoren. Maar er zijn ook momenten dat bluesfans even op hun honger blijven zitten, of net niet, wanneer ze bij bepaalde bands het moment geschikt achten om iets achter de wijsheidskiezen te stouwen en van op afstand te genieten. Hoe dan ook, het (Ge)Varenwinkelfestival is steeds een zeer gezellige bedoening, degelijk georganiseerd door een gedreven hechte ploeg. Op papier althans, leek de ene festivaldag al wat interessanter dan de andere qua muziekjes die in ons segment thuishoren. Op de twee 'blues- en rootsdagen' deden we ter plaatse de nodige vaststellingen...

vrijdag 29 augustus

De Luikse formatie The Flynts mag om kwart over vijf de spits afbijten in de kleine tent. Met stevige ritmes en luid gitaarwerk brengen ze voornamelijk eigen composities, die bij momenten doen denken aan Led Zeppelin. De drummer heeft zowaar een beetje de look van John Bonham, maar daar houdt de vergelijking dan ook op.

Over dan maar naar de grote tent waar David Newbould & Band het publiek opwachten. De sound van de band is voornamelijk opgebouwd rond divers gitaarwerk. Al naar gelang de man zijn akoestische gitaar of zijn Tele omgordt, evolueert de set tussen countryrock en meer mainstream gitaarrock, nu eens melodieus, dan weer steviger van aanpak. Allemaal pretentieloos gebracht.

Met Handsome Jack op het podium in de Roots-tent blijven we aan de overkant van de grote plas. Bij dit powertrio komt er ook een behoorlijke portie vettig gitaargeluid aan te pas en potige boogienummers à la ZZ Top swingen de pan uit. De drie bandleden nemen elk een stuk van de zang voor hun rekening, het zij solo of in harmonie. Bij momenten wordt het gas teruggedraaid en komt de band lekker groovend uit de hoek. Naar het einde van de set toe krijgen we opeens de volgende woorden te horen: "Everything gonna be all right." Even denken we een cover van McKinley Morganfield te ontwaren, maar we zijn eraan voor de moeite. Sorry, Muddy.

In de grote tent is ondertussen de volgende act aan het opwarmen. We ontdekken de ritmesectie die Delanie Pickering zal begeleiden. De uit Frankrijk afkomstige Denis Agenet op drums, Abdell B Bop op de contrabas en toetsenist Damien Cornelis zijn geen onbekenden, want ze touren wel vaker door Europa met Amerikaanse bluesmuzikanten. Delanie trad eerder dit jaar trouwens met exact dezelfde musici op in de Banana Peel. De achtentwintigjarige Delanie Pickering is uit New Hampshire afkomstig en leeft tegenwoordig op Martha’s Vineyard, een eiland voor de kust van Cape Cod waar gefortuneerde Amerikanen zoals de Obama’s geregeld hun vakantie doorbrengen. Meer dan tien jaar geleden reeds begon haar muzikale carrière, die wel wat onderbrekingen kende. Haar atypische uiterlijk – een manskostuum en een sjofele pet – geeft een beetje een indicatie van haar persoonlijke interpretatie van de blues. Afwisselend brengt ze eigen composities en covers, waarbij swingende shuffles, slow blues, boogie en New Orleans-beats elkaar opvolgen. De begeleidingsmusici leveren doorheen deze variatie puik werk. Ondanks deze ondersteuning komt haar set wat moeizaam op gang, maar gaandeweg komt haar stem er beter door en haar gitaarwerk, puur fingerpicking trouwens, wordt wat minder zuinig. Flashy wordt het nooit, maar steeds smaakvol en efficiënt. Dit weerspiegelt zich trouwens in haar set up: een Gibson Les Paul Gold Top met P-90 micro’s rechtstreeks in een Fender Blackface Deluxe Reverb geplugd. Exact dezelfde simpele combinatie zouden we de volgende dag opnieuw aan het werk zien. We laten je het raden bij wie. Dit is geen toeval. Wat ons verder opvalt doorheen haar set is de subtiliteit: de fijnzinnige en ietwat droge humor in haar song- en bindteksten, de kleine jazzy zijsprongen, de subtiele ritmeshifts tussen straight en swung eights. Not everybody’s cup of tea, maar wel een verademing na al het gitaargeweld van de voorbije uren. Delanie's voorkomen en présence op het podium kan je moeilijk exuberant noemen, maar de fonkeling in haar ogen verraadt dat ze van het optreden geniet. En wij hebben er ook van genoten!

Met The Buttshakers krijgen we vervolgens in de kleine tent een andere dame te zien, die wel wat meer exuberant is. De uit Amerika afkomstige soulzangeres Ciara Thompson woont reeds een vijftiental jaar in Frankrijk. De band zelf bestaat uit Franse musici van de streek van Lyon. Naast een ritmesectie en gitarist krijgen we er een blazerssectie bovenop (schuiftrombone en baritonsax). Samen brengen ze een energieke mix van rhythm and blues, funk en soul. Ciara Thompson laat er geen gras over groeien en met aanstekelijke grooves en gedreven zang krijgt ze onmiddellijk het publiek op sleeptouw. Ze beschrijven zichzelf niet als een Motown-soulband en doen inderdaad wel meer denken aan Sly & The Family Stone. De songs 'Keep Moving Your Booty' en 'Keep On Pushing' zijn daar voorbeelden van. Doorheen de nummers krijgen de twee blazers ook de gelegenheid om hun kunnen tentoon te spreiden. Maar de focus blijft toch op de zangeres. Ze is alomtegenwoordig op het podium en voelt zich niet te beroerd om over de afsluiting van het podium te klimmen en zich onder het publiek te mengen. Percussie is haar ook niet vreemd en ze is zelfs niet vies van een potje drummen. Naar het einde van de set toe krijgen we er een politiek getinte speech bovenop: "Soul music is about revolution and the search for humanity and equality." Er wordt verwezen naar de politieke situatie in de VS en de conflicthaarden in het Midden-Oosten en Afrika. Het feestje gaat daarna onverminderd door. Mocht deze band vandaag als laatste op de affiche hebben gestaan, dan zou ons dat zeker niet hebben gestoord...

Als afsluiter van de dag staat echter de Nederlands/Nieuw-Zeelandse formatie My Baby op het hoofdpodium geprogrammeerd. Deze band bestaat uit broer en zus Joost en Cato van Dijck, respectievelijk op drums/zang en zang/basgitaar/gitaar, aangevuld met de gitarist Daniel Johnston. Ze worden aangekondigd als een 'melting pot' van verschillende stijlen, voornamelijk funk, psychedelische en dance-muziek. De set begint vrij aanstekelijk met een aantal funky nummers. Broer en zus vallen beide aardig op door hun vocalen. De rode draad doorheen de verschillende songs is wel de (te) hard afgestelde basgitaar. We grijpen al snel naar onze oordoppen. Vervolgens gaat het een beetje alle richtingen uit en begint de set te verzanden waarbij de disco-achtige geluiden clashen met de psychedelische gitaarsound. Ondertussen speelt de drummer zo strak als een metronoom en gaat hij stilaan als een drumcomputer klinken. We laten ons vertellen dat het hier misschien wel een mix is van de echte drums met het geluid van een drumcomputer. Wat er ook van zij, een drumcomputer in livemuziek is niet onmiddellijk iets waar we zitten op te wachten. We weten niet goed wat we moeten denken van dit alles, behalve dat het zo een beetje mossel noch vis is. In hokjes denken is natuurlijk nooit bevorderlijk voor de muziek en kruisbestuiving kan artistiek zeker verrijkend zijn. Maar voor ons is dit erover en het ontgaat ons een beetje waartoe deze 'wall of sound' moet leiden. Een klein uur in de set begint het publiek langzaam uit de grote tent te vertrekken. Ook wij houden het voor bekeken en dan gebeurt er zo iets wat tot de verbeelding kan spreken. Op onze weg naar de parking worden we aangeklampt door twee festivalgangers, die we van haar noch pluim kennen. Ze vragen ons op de man en vrouw af: "Wat vonden jullie van het programma vandaag?" Na wat ideeën te hebben uitgewisseld over de verdiensten van de verschillende bands, valt al snel hun conclusie dat de bluesfan toch wel erg op zijn honger is blijven zitten. We proberen hun humeur wat op te beuren, met de aankondiging dat de volgende dag potentieel meer te bieden heeft voor de bluesfan. Ze laten ons het voordeel van de twijfel…

Kris Herrebout



zaterdag 30 augustus

"Je komt ze niet al te vaak tegen op festivalpodia", lezen we in de programmafolder. In die zin ontbreekt het woord 'nog' want in dit stadium is de lokale bluesrockband Bourbon Street slechts een aardig vertiereliertje voor een avondje rampetampen in de lokale kroeg. Om 14.00 u. ontwaken enkele handjesvollen toeschouwers in de kleine tent onder het motto 'support your local band', mee wiegend op de beukende tonen van deze blueshouthakkers. We lezen in de folder ook dat de harmonicaspeler niet vies is van een effect hier en daar. Dat is wel een heel propere manier om te zeggen dat de brave borst al eens serieus 'off key' durft te gaan. "Ge kunt niet alles hebben in het leven", zegt een kameraad ons. "We horen ten minste al iets bluesachtigs." Okay, daar heeft hij een punt.

The Blue Chevy's stonden hier twintig jaar geleden ook al. Tijd dus voor een prettig weerzien. Ze vliegen erin met 'When The Night Calls' uit hun recente cd. Meteen vallen ons de mooie dragende patronen uit de basgitaar van Jean-Luc Cremens op. Wat een vakman! Terwijl de technische crew een zieltogende gitaarversterker reanimeert, tovert toetsenman Jan Ursi een fraaie geïmproviseerde boogie tevoorschijn. Eens het roet uit de bouillabaisse is, gaat het feest door. The Blue Chevy's bevestigen hun professionalisme in een toch wel eigen stijl waarin blues en country vaak wonderwel samengaan. 'Pick You Up' is daar een goed voorbeeld van. Het had net zo goed van Marty Stuart kunnen zijn. We horen ook westkustswing met een fraaie piano-interventie en een langzame rumba waarin de muziek enkel dient als kader om de doordachte tekst, het verhaal, in op te hangen. The Blue Chevy's zijn geen bluesband pur sang, maar spinnen rond de blues een vernuftig web waarin we absoluut niet met tegenzin verstrikt geraken.

Als de omschrijving 'americana uit Oostenrijk' je vreemd in de oren klinkt, kunnen we jou alleen maar bijtreden. 'Americana' en 'rootsmuziek' zijn geen bestaande muziekgenres maar marketingtermen die zijn uitgevonden om toch een bak in de platenwinkel te kunnen voorzien voor spullen die nergens anders thuishoren. Als wij een platenwinkel zouden hebben, dan zouden wij daar niet moeilijk over doen en Prinz Grizzley gewoon in de countrybak steken. Hoe hij klinkt, vraag je? Wel, hij scheurt hoofdzakelijk à la Henk Wijngaard met de vlam in de pijp door de Brennerpas, maar dan in het steenkolenengels. De liefhebbers van dit genre hebben dolle pret.

Het is 17.30 u. en in de grote tent tijd voor Blues met de hoofdletter B. De jonge twintiger Sean 'Mack' McDonald (zie BTTR 131) knalt er meteen in met een instrumentaal nummer à la T-Bone Walker en gaat pittig in discussie met de excellerende saxofonist Sylvain Tejerizo. In een aan Johnny Otis gerelateerde uptempo swing laat Sean horen hoe hij door de gitaarsolo's op een niet-conventionele manier op te bouwen een eigen stijl ontwikkelde. De bluesfans smullen! Nog meer sensatie, want even later stuwt een fenomenale saxsolo de intense slow 'Blame It On The Blues' naar een absolute climax. Sean brengt ook een nummer van Big Jay McNeely en kan zich dat natuurlijk veroorloven met eersteklasser Sylvain. Het publiek eet uit McDonalds hand, dus is het moment rijp om hen te laten meezingen. Dat lukt wonderwel in 'Certainly All'. Helemaal opgehitst zijn ze. Allez, dan nog maar wat olie op het vuur met een pittige streep Chuck Berry inclusief duckwalk om het optreden feestelijk af te sluiten. Gelukkig geeft 'Doctor Blues' deze jonge bluesgigant de kans om te bissen, zo niet had het publiek hem vast ter plekke gekeeld. Sean vraagt of we een snel nummer dan wel een mediumtempo willen. Het wordt nog een ijzingwekkend rondje Chuck Berry met 'Maybelline' naadloos aan 'Too Much Monkey Business' geklit. Wat een geweldig optreden is dit geworden! Nog een kleine kanttekening: na enkele minuten in het concert brak Sean al de fijnste snaar. Die werd niet vervangen en Sean heeft drie vierde van zijn optreden op vijf snaren afgewerkt. Wie hem geen klassebak vindt, heeft fecaliën in de buizen van Eustachius.

Het is vervolgens spurten naar de kleine tent om een plaatsje vooraan te bemachtigen want we weten welk een muzikale pletwals zijn opwachting maakt. En inderdaad, Marlon Pichel (zie BTTR 129) en zijn band bevestigen andermaal hun wereldklasse. Na die eerste kennismaking op Swing Wespelaar 2024 speelt Marlon vaak in België en het doet ons plezier dat ook (Ge)Varenwinkel plat op de snuit gaat en vanwege een grenzeloze bewondering een diepe buiging maakt voor de koning van de rock-'n-soul in de Lage Landen. Die stem, die innemende lach, dat feilloze ritme, die ijzersterke band boordevol geschoolde musici, sterke eigen nummers, podiumprésence, dynamiek en gevoel... Marlon Pichel heeft het allemaal en we krijgen er maar niet genoeg van. Eigenlijk had deze band, net zoals The Buttshakers gisteren, headliner op het hoofdpodium mogen zijn. Moeten zijn.

G. Love & Special Sauce dan. De 52-jarige hiphopper Garrett Drew Dutton uit Philadelphia heeft de originele bezetting van zijn begeleidingsduo Special Sauce bij en dat laat hem toe om tijdens zijn show de teletijdmachine in te stellen op 1993, toen de band werd opgericht in een een tijd waarin rap en hiphop nog fris en hip (zonder hop dus) waren. De vraag rijst of de relaxte parlando, drijvend op een gezapige beat anno 2025 nog steeds hetzelfde effect heeft. Op ons heeft dit weinig of geen effect, maar de eerlijkheid gebiedt ons te vertellen dat nogal wat fans luidkeels mee-rappen en G. Love's teksten perfect kennen. Ook zijn gitaarwerk vinden wij niet indrukwekkend. Bijwijlen speelt hij zelfs vals. Je gelooft het nooit, maar achteraf vertelt een Belgische gitarist – wiens naam we niet noemen want we willen hem niet in verlegenheid brengen, maar geloof ons, hij is één van de strafste gitaristen van ons land – euh... waar waren we gebleven? Ah, ja, die gitarist vertelt ons dus dat hij G. Love fantastisch vond, ook qua gitaarspel. Af en toe die nonchalance, en ja, zelfs die valse noten precies op de juiste plaats, dat was geweldig. We durven hem niet tegenspreken. Als hij het zegt – en hij zegt het – dan zal dat waarschijnlijk wel zo zijn. Het enige dat wij van dit optreden onthouden, is een behoorlijke versie van Slim Harpo's 'Got Love If You Want It'. Echt waar!

Om 21.40 u. vangt het laatste optreden in de kleine tent aan. Soulzanger Les Greene komt uit Baltimore en heeft daar zijn band Les Greene & The Swayzees. Hier wordt hij begeleid door het Italiaanse Don Diego Trio. Een soulzanger en een rockabillyband; het is op zijn minst een lichtjes bevreemdende combinatie. Maar... hier werkt ze wel. Het is bijna vertederend om te zien hoe Greene en die rockabillygasten zich in duizend bochten wringen om elkaar muzikaal tegemoet te komen. Gitarist Don Diego Geraci slaagt er moeiteloos in om zijn twang wat in toom te houden. Met het juiste gevoel speelt hij Greene's muziek die zich bevindt op het kruispunt waar Motown en rock-'n-roll elkaar ontmoeten. Anderzijds komt Les Greene als zanger verrassend goed voor de dag in enkele flitsende rockabillynummers. En wat dat in duizend bochten wringen betreft, bij Greene mag je dat zelfs letterlijk nemen. Als een gek rent hij heen en weer op het podium, hij danst, springt, gaat plat op zijn rug en op zijn buik, gaat op en door zijn knieën en draait acrobatische radjes terwijl hij zingt. Een spagaat bespaart hij zich ternauwernood; dat zou misschien net iets te pijnlijk zijn geweest. Het is allemaal verschrikkelijk plezant, maar wij worden overmeesterd door een onbedaarlijke vorm van medelijden met Greene's gewrichten...

Het is 23.00 u. en op het hoofdpodium begint Fantastic Negrito aan de anderhalf uur durende slotshow. We zagen hem een aantal jaren geleden al in Chicago en daar overtuigde hij ons geenszins. Hier is dat niet anders. "Mijn voorouders zijn met een schip van Afrika naar Mississippi gebracht", declameert Xavier Amin Dphrepaulezz – zo heet de brave borst in het echt. Maar maakt dat hem tot een bluesman? Die uitspraak geldt voor alle Afro-Amerikanen maar daarom zijn het nog niet allemaal bluesmannen en -vrouwen, niet? Dat zijn album 'Last Days Of Oakland' in 2016 een Grammy won als beste hedendaagse bluesalbum kan ons geen reet schelen. We halen er onze elementaire wiskundekennis uit het vijfde leerjaar bij. Alle vierkanten zijn rechthoeken maar slechts een minimaal aantal rechthoeken zijn vierkanten. Okay, we pogen een waarheidsgetrouwe weergave te geven van wat we hier zoal horen. "Let's take the bullshit and turn it into some good shit...", zegt hij. En de 'muziek' gaat zo van bamalaam boem klets tsjiep tsjiep. Hij spuwt allerlei wijsheden over ons uit terwijl zijn band een vreemdsoortige half gekookte dikke pap van losse flodders produceert. "Eat less sugar" tsjingeling wiew wiew "and have more sex" puut puut patat. Nou moe, voor ons, simpele blueszielen als we zijn, is dit iets waar we de pedalen bij verliezen en dat zeker geen anderhalf uur hoeft te duren. Bij veel mensen in het publiek zien we grote vraagtekens boven het hoofd verschijnen. What the fuck is dát hier allemaal? Het is jammer voor Atlanta Kings, die straks om 00.30 de afterparty in de kleine tent zullen spelen, maar wij verkiezen de terugweg aan te vatten...

De balans van Ge(Varenwinkel) 2025: enkele bijzonder sterke bluesconcerten, afgewisseld met toch wel een aantal zeer beklijvende ontdekkingen in de andere genres en een paar niemendalletjes die wal noch kant raken. De gemoedelijke sfeer, de perfecte organisatie en het lekkere eten waren als vanouds weer present en dat alleen al maakt dat we steeds met volle goesting dit festival op onze agenda aanstippen.

Franky Bruneel


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel