|
|
||
|
|
Wij
zijn nu eenmaal een medium
voor blues en bluesverwante
muziek. In die context is het
(Ge)Varenwinkel Blues &
Roots Festival soms een
uitdaging omdat
bluesliefhebbers – en daartoe
rekenen we ook onszelf – er de
zogenaamde roots- of
americanabands moeten
bijnemen. Dat zorgt weleens
voor vreugdevolle ontdekkingen
wanneer programmator Bruno
Verhoeven iets uit zijn hoed
tovert dat een ziel en een
geweten heeft, én muzikaal zo
sterk in elkaar zit dat het
ook bluesfans in hoge mate kan
bekoren. Maar er zijn ook
momenten dat bluesfans even op
hun honger blijven zitten, of
net niet, wanneer ze bij
bepaalde bands het moment
geschikt achten om iets achter
de wijsheidskiezen te stouwen
en van op afstand te genieten.
Hoe dan ook, het
(Ge)Varenwinkelfestival is
steeds een zeer gezellige
bedoening, degelijk
georganiseerd door een
gedreven hechte ploeg. Op
papier althans, leek de ene
festivaldag al wat
interessanter dan de andere
qua muziekjes die in ons
segment thuishoren. Op de twee
'blues- en rootsdagen' deden
we ter plaatse de nodige
vaststellingen... vrijdag
29 augustus De
Luikse formatie The Flynts
mag om kwart over vijf de spits
afbijten in de kleine tent. Met
stevige ritmes en luid
gitaarwerk brengen ze
voornamelijk eigen composities,
die bij momenten doen denken aan
Led Zeppelin. De drummer heeft
zowaar een beetje de look van
John Bonham, maar daar houdt de
vergelijking dan ook op. Met Handsome
Jack op het podium in de
Roots-tent blijven we aan de
overkant van de grote plas. Bij
dit powertrio komt er ook een
behoorlijke portie vettig
gitaargeluid aan te pas en
potige boogienummers à la ZZ Top
swingen de pan uit. De drie
bandleden nemen elk een stuk van
de zang voor hun rekening, het
zij solo of in harmonie. Bij
momenten wordt het gas
teruggedraaid en komt de band
lekker groovend uit de hoek.
Naar het einde van de set toe
krijgen we opeens de volgende
woorden te horen: "Everything
gonna be all right." Even
denken we een cover van McKinley
Morganfield te ontwaren, maar we
zijn eraan voor de moeite.
Sorry, Muddy.
Als
afsluiter van de dag staat
echter de
Nederlands/Nieuw-Zeelandse
formatie My Baby op het
hoofdpodium geprogrammeerd. Deze
band bestaat uit broer en zus
Joost en Cato van Dijck,
respectievelijk op drums/zang en
zang/basgitaar/gitaar, aangevuld
met de gitarist Daniel Johnston.
Ze worden aangekondigd als een
'melting pot' van verschillende
stijlen, voornamelijk funk,
psychedelische en dance-muziek.
De set begint vrij aanstekelijk
met een aantal funky nummers.
Broer en zus vallen beide aardig
op door hun vocalen. De rode
draad doorheen de verschillende
songs is wel de (te) hard
afgestelde basgitaar. We grijpen
al snel naar onze oordoppen.
Vervolgens gaat het een beetje
alle richtingen uit en begint de
set te verzanden waarbij de
disco-achtige geluiden clashen
met de psychedelische
gitaarsound. Ondertussen speelt
de drummer zo strak als een
metronoom en gaat hij stilaan
als een drumcomputer klinken. We
laten ons vertellen dat het hier
misschien wel een mix is van de
echte drums met het geluid van
een drumcomputer. Wat er ook van
zij, een drumcomputer in
livemuziek is niet onmiddellijk
iets waar we zitten op te
wachten. We weten niet goed wat
we moeten denken van dit alles,
behalve dat het zo een beetje
mossel noch vis is. In hokjes
denken is natuurlijk nooit
bevorderlijk voor de muziek en
kruisbestuiving kan artistiek
zeker verrijkend zijn. Maar voor
ons is dit erover en het ontgaat
ons een beetje waartoe deze
'wall of sound' moet leiden. Een
klein uur in de set begint het
publiek langzaam uit de grote
tent te vertrekken. Ook wij
houden het voor bekeken en dan
gebeurt er zo iets wat tot de
verbeelding kan spreken. Op onze
weg naar de parking worden we
aangeklampt door twee
festivalgangers, die we van haar
noch pluim kennen. Ze vragen ons
op de man en vrouw af: "Wat
vonden jullie van het
programma vandaag?" Na wat
ideeën te hebben uitgewisseld
over de verdiensten van de
verschillende bands, valt al
snel hun conclusie dat de
bluesfan toch wel erg op zijn
honger is blijven zitten. We
proberen hun humeur wat op te
beuren, met de aankondiging dat
de volgende dag potentieel meer
te bieden heeft voor de
bluesfan. Ze laten ons het
voordeel van de twijfel… Kris Herrebout zaterdag 30 augustus "Je
komt ze niet al te vaak
tegen op festivalpodia",
lezen we in de
programmafolder. In die zin
ontbreekt het woord 'nog' want
in dit stadium is de lokale
bluesrockband Bourbon
Street slechts een
aardig vertiereliertje voor
een avondje rampetampen in de
lokale kroeg. Om 14.00 u.
ontwaken enkele handjesvollen
toeschouwers in de kleine tent
onder het motto 'support your
local band', mee wiegend op de
beukende tonen van deze
blueshouthakkers. We lezen in
de folder ook dat de
harmonicaspeler niet vies is
van een effect hier en daar.
Dat is wel een heel propere
manier om te zeggen dat de
brave borst al eens serieus
'off key' durft te gaan. "Ge
kunt niet alles hebben in
het leven", zegt een
kameraad ons. "We horen
ten minste al iets
bluesachtigs." Okay,
daar heeft hij een punt. The
Blue Chevy's stonden
hier twintig jaar geleden ook
al. Tijd dus voor een prettig
weerzien. Ze vliegen erin met
'When The Night Calls' uit hun
recente cd. Meteen vallen ons
de mooie dragende patronen uit
de basgitaar van Jean-Luc
Cremens op. Wat een vakman!
Terwijl de technische crew een
zieltogende gitaarversterker
reanimeert, tovert toetsenman
Jan Ursi een fraaie
geïmproviseerde boogie
tevoorschijn. Eens het roet
uit de bouillabaisse is, gaat
het feest door. The Blue
Chevy's bevestigen hun
professionalisme in een toch
wel eigen stijl waarin blues
en country vaak wonderwel
samengaan. 'Pick You Up' is
daar een goed voorbeeld van.
Het had net zo goed van Marty
Stuart kunnen zijn. We horen
ook westkustswing met een
fraaie piano-interventie en
een langzame rumba waarin de
muziek enkel dient als kader
om de doordachte tekst, het
verhaal, in op te hangen. The
Blue Chevy's zijn geen
bluesband pur sang, maar
spinnen rond de blues een
vernuftig web waarin we
absoluut niet met tegenzin
verstrikt geraken. Als de
omschrijving 'americana uit
Oostenrijk' je vreemd in de
oren klinkt, kunnen we jou
alleen maar bijtreden.
'Americana' en 'rootsmuziek'
zijn geen bestaande
muziekgenres maar
marketingtermen die zijn
uitgevonden om toch een bak in
de platenwinkel te kunnen
voorzien voor spullen die
nergens anders thuishoren. Als
wij een platenwinkel zouden
hebben, dan zouden wij daar
niet moeilijk over doen en Prinz
Grizzley gewoon in de
countrybak steken. Hoe hij
klinkt, vraag je? Wel, hij
scheurt hoofdzakelijk à la
Henk Wijngaard met de vlam in
de pijp door de Brennerpas,
maar dan in het
steenkolenengels. De
liefhebbers van dit genre
hebben dolle pret. Het is 17.30 u.
en in de grote tent tijd voor
Blues met de hoofdletter B. De
jonge twintiger Sean
'Mack' McDonald (zie BTTR 131) knalt
er meteen in met een
instrumentaal nummer à la
T-Bone Walker en gaat pittig
in discussie met de
excellerende saxofonist
Sylvain Tejerizo. In een aan
Johnny Otis gerelateerde
uptempo swing laat Sean horen
hoe hij door de gitaarsolo's
op een niet-conventionele
manier op te bouwen een eigen
stijl ontwikkelde. De
bluesfans smullen! Nog meer
sensatie, want even later
stuwt een fenomenale saxsolo
de intense slow 'Blame It On
The Blues' naar een absolute
climax. Sean brengt ook een
nummer van Big Jay McNeely en
kan zich dat natuurlijk
veroorloven met eersteklasser
Sylvain. Het publiek eet uit
McDonalds hand, dus is het
moment rijp om hen te laten
meezingen. Dat lukt wonderwel
in 'Certainly All'. Helemaal
opgehitst zijn ze. Allez, dan
nog maar wat olie op het vuur
met een pittige streep Chuck
Berry inclusief duckwalk om
het optreden feestelijk af te
sluiten. Gelukkig geeft
'Doctor Blues' deze jonge
bluesgigant de kans om te
bissen, zo niet had het
publiek hem vast ter plekke
gekeeld. Sean vraagt of we een
snel nummer dan wel een
mediumtempo willen. Het wordt
nog een ijzingwekkend rondje
Chuck Berry met 'Maybelline'
naadloos aan 'Too Much Monkey
Business' geklit. Wat een
geweldig optreden is dit
geworden! Nog een kleine
kanttekening: na enkele
minuten in het concert brak
Sean al de fijnste snaar. Die
werd niet vervangen en Sean
heeft drie vierde van zijn
optreden op vijf snaren
afgewerkt. Wie hem geen
klassebak vindt, heeft
fecaliën in de buizen van
Eustachius. Het is
vervolgens spurten naar de
kleine tent om een plaatsje
vooraan te bemachtigen want we
weten welk een muzikale
pletwals zijn opwachting
maakt. En inderdaad, Marlon
Pichel (zie BTTR
129) en zijn band
bevestigen andermaal hun
wereldklasse. Na die eerste
kennismaking op Swing
Wespelaar 2024 speelt Marlon
vaak in België en het doet ons
plezier dat ook
(Ge)Varenwinkel plat op de
snuit gaat en vanwege een
grenzeloze bewondering een
diepe buiging maakt voor de
koning van de rock-'n-soul in
de Lage Landen. Die stem, die
innemende lach, dat feilloze
ritme, die ijzersterke band
boordevol geschoolde musici,
sterke eigen nummers,
podiumprésence, dynamiek en
gevoel... Marlon Pichel heeft
het allemaal en we krijgen er
maar niet genoeg van.
Eigenlijk had deze band, net
zoals The Buttshakers
gisteren, headliner op het
hoofdpodium mogen zijn. Moeten
zijn. G.
Love & Special Sauce
dan. De 52-jarige hiphopper
Garrett Drew Dutton uit
Philadelphia heeft de
originele bezetting van zijn
begeleidingsduo Special Sauce
bij en dat laat hem toe om
tijdens zijn show de
teletijdmachine in te stellen
op 1993, toen de band werd
opgericht in een een tijd
waarin rap en hiphop nog fris
en hip (zonder hop dus) waren.
De vraag rijst of de relaxte
parlando, drijvend op een
gezapige beat anno 2025 nog
steeds hetzelfde effect heeft.
Op ons heeft dit weinig of
geen effect, maar de
eerlijkheid gebiedt ons te
vertellen dat nogal wat fans
luidkeels mee-rappen en G.
Love's teksten perfect kennen.
Ook zijn gitaarwerk vinden wij
niet indrukwekkend. Bijwijlen
speelt hij zelfs vals. Je
gelooft het nooit, maar
achteraf vertelt een Belgische
gitarist – wiens naam we niet
noemen want we willen hem niet
in verlegenheid brengen, maar
geloof ons, hij is één van de
strafste gitaristen van ons
land – euh... waar waren we
gebleven? Ah, ja, die gitarist
vertelt ons dus dat hij G.
Love fantastisch vond, ook qua
gitaarspel. Af en toe die
nonchalance, en ja, zelfs die
valse noten precies op de
juiste plaats, dat was
geweldig. We durven hem niet
tegenspreken. Als hij het zegt
– en hij zegt het – dan zal
dat waarschijnlijk wel zo
zijn. Het enige dat wij van
dit optreden onthouden, is een
behoorlijke versie van Slim
Harpo's 'Got Love If You Want
It'. Echt waar! Om 21.40 u.
vangt het laatste optreden in
de kleine tent aan. Soulzanger
Les Greene komt uit
Baltimore en heeft daar zijn
band Les Greene & The
Swayzees. Hier wordt hij
begeleid door het Italiaanse Don
Diego Trio. Een
soulzanger en een
rockabillyband; het is op zijn
minst een lichtjes
bevreemdende combinatie.
Maar... hier werkt ze wel. Het
is bijna vertederend om te
zien hoe Greene en die
rockabillygasten zich in
duizend bochten wringen om
elkaar muzikaal tegemoet te
komen. Gitarist Don Diego
Geraci slaagt er moeiteloos in
om zijn twang wat in toom te
houden. Met het juiste gevoel
speelt hij Greene's muziek die
zich bevindt op het kruispunt
waar Motown en rock-'n-roll
elkaar ontmoeten. Anderzijds
komt Les Greene als zanger
verrassend goed voor de dag in
enkele flitsende
rockabillynummers. En wat dat
in duizend bochten wringen
betreft, bij Greene mag je dat
zelfs letterlijk nemen. Als
een gek rent hij heen en weer
op het podium, hij danst,
springt, gaat plat op zijn rug
en op zijn buik, gaat op en
door zijn knieën en draait
acrobatische radjes terwijl
hij zingt. Een spagaat
bespaart hij zich
ternauwernood; dat zou
misschien net iets te pijnlijk
zijn geweest. Het is allemaal
verschrikkelijk plezant, maar
wij worden overmeesterd door
een onbedaarlijke vorm van
medelijden met Greene's
gewrichten... Het is 23.00 u.
en op het hoofdpodium begint Fantastic
Negrito aan de anderhalf
uur durende slotshow. We zagen
hem een aantal jaren geleden
al in Chicago en daar
overtuigde hij ons geenszins.
Hier is dat niet anders. "Mijn
voorouders zijn met een
schip van Afrika naar
Mississippi gebracht",
declameert Xavier Amin
Dphrepaulezz – zo heet de
brave borst in het echt. Maar
maakt dat hem tot een
bluesman? Die uitspraak geldt
voor alle Afro-Amerikanen maar
daarom zijn het nog niet
allemaal bluesmannen en
-vrouwen, niet? Dat zijn album
'Last Days Of Oakland' in 2016
een Grammy won als beste
hedendaagse bluesalbum kan ons
geen reet schelen. We halen er
onze elementaire
wiskundekennis uit het vijfde
leerjaar bij. Alle vierkanten
zijn rechthoeken maar slechts
een minimaal aantal
rechthoeken zijn vierkanten.
Okay, we pogen een
waarheidsgetrouwe weergave te
geven van wat we hier zoal
horen. "Let's take the
bullshit and turn it into
some good shit...", zegt
hij. En de 'muziek' gaat zo
van bamalaam boem klets tsjiep
tsjiep. Hij spuwt allerlei
wijsheden over ons uit terwijl
zijn band een vreemdsoortige
half gekookte dikke pap van
losse flodders produceert. "Eat
less sugar" tsjingeling
wiew wiew "and have more
sex" puut puut patat.
Nou moe, voor ons, simpele
blueszielen als we zijn, is
dit iets waar we de pedalen
bij verliezen en dat zeker
geen anderhalf uur hoeft te
duren. Bij veel mensen in het
publiek zien we grote
vraagtekens boven het hoofd
verschijnen. What the fuck is
dát hier allemaal? Het is
jammer voor Atlanta Kings,
die straks om 00.30 de
afterparty in de kleine tent
zullen spelen, maar wij
verkiezen de terugweg aan te
vatten... De balans van Ge(Varenwinkel) 2025: enkele bijzonder sterke bluesconcerten, afgewisseld met toch wel een aantal zeer beklijvende ontdekkingen in de andere genres en een paar niemendalletjes die wal noch kant raken. De gemoedelijke sfeer, de perfecte organisatie en het lekkere eten waren als vanouds weer present en dat alleen al maakt dat we steeds met volle goesting dit festival op onze agenda aanstippen.
Franky Bruneel
terug naar de index van de concert- en festivalrecensies Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.
|
foto's: © Franky Bruneel
|