B.B. & The Blues Shacks
HNITA Jazz Club, Heist-op-den-Berg - 28 februari 2026

Er zijn zo van die bands die elke bluesliefhebber vroeg of laat wel een keer aan het werk ziet. Zo ook de uit Duitsland afkomstige B.B. & The Blues Shacks, die reeds 39 jaar aan de weg timmeren. Ze zijn algemeen bekend als één van de meest tourende bands in Europa – we hebben geen statistieken, maar ze staan waarschijnlijk in de top drie. Sinds februari van dit jaar werken ze een reeks concerten af doorheen heel Europa ter promotie van hun nieuwste album, 'Blues Is A Stew'. De HNITA slaagde erin om ze voor het enige concert in België te strikken. Een snelle blik op hun tourschema leert ons dat ze twee dagen voordien nog in Langenargen optraden, helemaal in het zuiden van Duitsland aan de Bodensee. Ja, kilometers doen ze wel. Vorig jaar nog hadden we het plezier om de groep rond de gebroeders Arlt (Michael, zang en mondharmonica en Andreas, gitaar) aan het werk te zien tijdens het Lucerne Blues festival in Zwitserland. Zonder aarzelen zakten we echter naar Heist-op-den-Berg af om ze opnieuw te zien in de immer gezellige HNITA. Voor de gelegenheid was de band in dezelfde configuratie als in Luzern, namelijk met versterking van een blazerssectie uit het Hoge Noorden. Alle ingrediënten zijn dus klaar om een lekker stoofpotje aan blues te serveren.

Het optreden is naar verluidt niet uitverkocht, maar ter plaatse valt daar niet veel van te merken, want de zaal loopt lekker vol en met een plezierige fonkeling in zijn ogen kondigt Jan Ursi de band aan. Als we een kleine cijferanalyse maken van de setlist, komen we al gauw tot de conclusie dat grosso modo een derde van de nummers afkomstig is van het nieuwe album en dat de verdeling covers ten opzichte van eigen nummers ongeveer op 50/50 ligt. Maar genoeg van dat telwerk, laten we even naar de muzikale aspecten kijken. De covers kan je veelal terugbrengen tot grootheden uit de jaren vijftig en zestig zoals B.B. King, Muddy Waters, Percy Mayfield, Buddy Guy, T-Bone Walker, Slim Harpo en Ray Charles. Als je dan bedenkt dat de eigen nummers dikwijls geïnspireerd zijn door deze grootheden, dan weet je onmiddellijk uit welke vaatjes deze band tapt. Het is een aanpak uit de oude doos, maar wel eentje die verschillende stijlen mooi samenbrengt. Niet voor niets werden ze in Luzern aangekondigd als 'Traditional hard-hittin' blues with a touch of old school soul'. Daarvoor hebben ze natuurlijk een uitstekende bezetting aan boord met tonnen ervaring. Naast de gebroeders Arlt zijn er Fabian Fritz op keys/Hammond, Henning Hauerken (elektrische en staande bas) en Andre Werkmeister op drums. Deze vaste ploeg is voor de gelegenheid aangevuld met Johan Norin op trompet en Thorbjörn Eliasson op tenorsax, beide van Zweedse origine.

Voor dit verslagje besloten we resoluut af te stappen van een volledige chronologische weergave van het optreden en eerder voor een selectieve thematische aanpak te gaan.

Aanstekelijke ambiance

De band heeft een hechte sound en vele songs vallen op door hun aanstekelijk ritme. De titeltrack van hun nieuwe album – heel adequaat voortgestuwd door de blazers – is daar een uitgelezen voorbeeld van. De set zelf, maar ook verschillende songs, zijn heel dynamisch opgebouwd. De verschillende genres wisselen elkaar af in een spel van spanning opbouwen en weer loslaten. In Michael heeft de groep een frontman die handig inspeelt op het publiek en het bijvoorbeeld niet nalaat om een song op te dragen aan een een persoonlijke vriend van de band, die in het publiek aanwezig is. Die vriend is niemand minder dan TEE. Het publiek kan het allemaal best smaken en het kost de band dan ook niet veel moeite om de toeschouwers te laten meeklappen of meezingen. Om dit alles af te ronden, gaat de band op gepaste momenten van de set naadloos over van de ene song op de volgende om het momentum te behouden en het enthousiasme van het publiek nog wat aan te zwengelen.

Vakmanschap boven

De verschillende bandleden zijn allen topmusici in hun domein. Enkele voorbeelden. Andreas, alias 'Ali', omgordt voor het nieuwe nummer 'Hope You're Doing Fine' zijn Stratocaster en laat horen dat hij goed naar Ronnie Earl heeft geluisterd: wisselende picking-techniek aan de brug van de gitaar, frequent gebruik van de volumeknop of keuzeschakelaar van de pickups, weten welke noten niet te spelen, het zit er allemaal zo fijntjes in. Voor bluesgitaristen geldt ook in het Duits de spreuk 'Der Teufel steckt im Detail'. Voor de song 'When It All Comes Down' gaat hij helemaal anders te werk. Hij laat zijn vingers ditmaal niet ronddartelen over de nek, maar blijft steevast voor de hele song hangen in de 'B.B. King-box'. Zo ontlokt hij menige 'sweet licks' aan zijn gitaar. Soms is de 'keep it simple & stupid'-aanpak o zo doeltreffend.

Zoals reeds aangehaald brengen de blazers een aangename aanvulling aan het reeds uitgebreide klankenpallet van de band. Johan Norin en Thorbjörn Eliasson zijn dan ook niet van de minste. Eliasson speelde het laatste jaar meer dan 250 optredens, vernemen we terzijde. Deze ervaring vertaalt zich onmiddellijk in interessante solo's en ondersteunend ritmewerk. Voor een aantal songs van de set verdwijnen ze van het podium en het verschil in sound is duidelijk merkbaar. Fabian Fritz krijgt steevast de gelegenheid om zijn talenten ten toon te spreiden. Met een innemende charme maar vooral door zijn virtuoos spel op de keys en Hammond pakt hij het publiek moeiteloos in.

En wat te zeggen van de ritmesectie? Weinig opvallend maar efficiënt legt drummer Andre Werkmeister swingende ritmes neer. We schrijven onopvallend, behalve voor zijn vestimentaire keuzes: zwart kostuum, rood-oranje bril en en wie goed keek, ontwaarde gelijkkleurige gympies. Dat buiten beschouwing gelaten, valt hij ook op door zijn veelzijdige aanpak, zoals wanneer hij zijn drumsticks terzijde legt en zijn snaredrum met de handen bespeelt om een harmonicasolo van Michael te begeleiden. Naast de drummer vinden we de immer goedgeluimde Henning Hauerken aan de bas, nu eens de elektrische dan weer de rechtstaande versie. Samen met de drummer vormt hij de pulserende motor van de band en bij momenten trekt hij hard van leer op de 'double-bass'. Behalve de bas bespelen, is hij ook de chauffeur van de band, die al die kilometers afmaalt en bemant hij steevast de platenstand na de optredens.

Naast zijn capaciteiten als zanger en entertainer kan Michael zeker zijn mannetje staan met zijn mondharmonica's. Hij beheerst verschillende stijlen maar één nummer blijft ons bijzonder bij, namelijk de Slim Harpo-cover 'That's Why I Love You'. De onvervalste en ogenschijnlijk simpele stijl van Slim Harpo past Michael ongecomplexeerd toe. Op het eerste zicht lijkt dit simpel, maar dat is het natuurlijk niet!

Originele aanpak van een aantal klassiekers

Hiervoor verwijzen we eerst naar de song 'I Love The Life I Live, I Live The Life I Love'. Oorspronkelijk geschreven door Willie Dixon en vooral bekend in de Chicago-versie van Muddy Waters, wordt deze song hier in een swingend West-Coast jasje gestoken, inclusief de chromatische harp en de jazzy gitaarsolo. Of het instrumentale nummer 'Backstroke' waarmee de band na de pauze het vuur terug aan de lont steekt. Oorspronkelijk van Albert Collins maar door Andreas gebracht in de stijl van Ronnie Earl. Daarbovenop komen de blazers en Fritz op de Hammond uitgebreid op de voorgrond, waardoor deze gitaar-instrumental een heel eigen twist krijgt.

Al deze aspecten zorgen er voor dat de band een stevig gekruid stoofpotje serveert. Het enige punt van kritiek die men zou kunnen uiten bij dit soort optredens is dat de band misschien niet zeer vernieuwend te werk gaat en je het zou kunnen bestempelen als een stoofpotje uit grootmoeders tijd. We nemen het er graag bij want die zogenaamde vernieuwende aanpak, 'cross-fertilisation', 'hybride rootsmuziek' of welke marketingterm men er ook op moge kleven, mondt al te dikwijls uit in stevige bluesrock. En is dat dan vernieuwend of zo interessant om naar te luisteren? Sowieso, smaken kunnen natuurlijk verschillen, net zoals in de keuken.

Laat ons tot slot even terugkeren naar het begin van ons verslagje. Voor het concert spraken we met een koppel dat de band voordien nog nooit zag. Na de bisnummers gaven ze ons zonder enige moeite mee dat ze het een heel leuk optreden vonden van een fantastische band. En dat was waarschijnlijk de mening van het voltallige publiek. Wie hen gemist heeft, krijgt een tweede kans deze zomer op Hookrock.

Kris Herrebout


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Kris Herrebout