John Primer & Giles Robson Band
CC De Steiger, Menen - 19 maart 2026

Om dit concertverslagje in te leiden, willen we je graag drie dingen zeggen. Het ene is niet belangrijker dan het andere, maar we kunnen die dingen nu eenmaal niet tegelijk vertellen. Een mens leest op het internet al genoeg onverstaanbaar gebrabbel, niet? Laat ons dus maar van wal steken in een door het lot bepaalde volgorde. Het aantal gemeentelijke en stedelijke culturele centra in België die blues programmeren, is op de spreekwoordelijke ene hand te tellen. Kudos dus voor Philippe van CC De Steiger die het met de concertreeks 'On The Road' maandelijks doet. Voor het tellen van het aantal keren dat we John Primer al aan het werk zagen, kunnen we dan weer geen handen genoeg bij elkaar sprokkelen. Deze 81-jarige veteraan van de Chicagoblues (zie BTTR 115) toert quasi jaarlijks in Europa en wij zien hem in Chicago sinds mensenheugenis elk jaar wel een keer of twee, drie spelen. En omdat we hem maar niet beu geraken, zijn we naar Menen getogen. Let wel, 'getogen' is hier het voltooid deelwoord van het zieltogende werkwoord tijgen. Dit even terzijde, want wat we nog wilden zeggen, is dat Primer hier niet stond met een lokaal houtje-touwtje-orkest maar met klasbakken die hem alle eer aandeden: harmonicaspeler Giles Robson (UK), bassist Antoine Escalier (FR) en drummer Pascal Delmas (FR).


Met een lange instrumentale intro zwengelde John zichzelf en het nummer 'Same Old Blues' in gang. De trage shuffle 'Low Down Dirty Shame' volgde en het werd al snel duidelijk dat de toeschouwers – onder wie toch wel een rist van Johns leeftijdsgenoten – zeer ontvankelijk reageerden. Ook 'Hoochie Coochie Man' kwam in een trage versie alvorens de sublieme harmonicaspeler Giles Robson (zie BTTR 130) in een uptempo bluesoul het voortouw nam en al zijn duivels ontbond. Wat zeg je? Voor-touw... ont-binden? Puur toeval, beste lezer. Laat het niet aan je hart komen en weet dat ook Primer zich niet gebonden voelde want in zijn eerste krachtige solo van de avond ging hij helemaal loos. John maakte ook tijd om in conversatie te gaan met zijn publiek. "Ik ben net 81 geworden, maar ik voel me 18", zei hij. En een tikkeltje contradictorisch daaraan bracht hij 'They Call Me John Primer', een traag nummer op slidegitaar, helemaal in de stijl van zijn gewezen werkgever Muddy Waters. Sowieso is er ooit maar een heel select gezelschap artiesten geweest die Muddy's stijl volledig beheerste maar tegenwoordig is dit clubje al behoorlijk gedecimeerd. Iemand die zich achttien voelt, maar al zo lang de tand des tijds doorstaat, is werkelijk één van de laatste Mohikanen. In Mississippi heeft hij nog katoen geplukt, vertelde hij. John sloot de eerste set af met zijn inmiddels bekende versie van Tony Joe White's 'Rainy Night In Georgia'. Daarbij stapte hij even van het podium af om – dit geloof je nooit, maar op ons communiezieltje zweren we dat het echt waar is – hij stapte dus even van het podium af om iemand op de eerste rij wakker te maken. Ja, wákker te maken! Die zat daar gewoon met z'n kop naar beneden keihard te maffen jong! "Geef deze man een applausje", vroeg John. En hij vervolgde met een lichtjes ironische ondertoon "want hij heeft waarschijnlijk heel hard gewerkt vandaag..."

Na een korte pauze verscheen John op het podium met wat we gemakshalve maar een bolletjesgitaar zullen noemen. Fans van Buddy Guy weten genoeg. We kregen een trage 'My Babe' (niet van Little Walter maar een eigen nummer), een snelle 'Can't Be Satisfied' en een trage 'Late On The Evening' waarin Giles Robson een betoverende, beklijvende, ja zelfs bestervend mooie harmonicasolo poneerde. Dan werd het rampestampen in een dolle medley van 'Rollin' & Tumblin'', 'If The Ocean Was Whiskey' en 'Train Blow Wistle' waarna het nummer 'Hard Times' kwam. John schreef het tijdens de coronaperiode en het weerspiegelt hoe hij zich daarbij voelde. We herinneren ons nog de bijhorende videoclip waarbij John te zien was voor de North Side-bluesclub B.L.U.E.S. in Chicago die toen net zijn deuren had moeten sluiten (wat later definitief bleek te zijn). Hoewel 'Hard Times' een trieste inhoud heeft, is het een pulserend funknummer en dat speelde hier natuurlijk goed in Antoine's kaarten. Wat een bassist! Volgens ons wellicht de beste in Frankrijk. Daarna kwam Giles' 'moment de gloire'. Hij mocht voluit reclame maken voor het akoestische album dat hij vorig jaar samen met John heeft gemaakt: 'Ten Chicago Blues Classics', en daaruit koos hij voor dit optreden 'Blow Wind Blow' en 'Long Distance Call'. Giles zong en blies zich de longen uit het lijf en John die zich enkel op zijn gitaarspel moest concentreren, speelde de meest snedige solo's van de avond. Hoe mooi was dit spel van 'tension and relief', spanning opbouwen en weer loslaten. Waren deze twee nummers het hoogtepunt van het optreden, vraag je? Wel ja, eigenlijk wel. Al dook John vol enthousiasme aan het eind nog even in de mede door hem vormgegeven lump-stijl met 'Sweet Home Chicago' en de toegift 'The Blues Is Allright'.

Of we willen afsluiten met een Teletekst-samenvatting? Natuurlijk willen we dat; geen probleem. Dit was een concert vol pure Chicagoblues waaronder veel werk van Muddy Waters. In de eerste set leek de kranige knar John Primer zijn krachten ietwat te crediteren maar na de pauze schoot het rustig voortkabbelende optreden écht uit de startblokken om, mede door de knappe interventie van Giles Robson, uit te monden in een hartverwarmend feest. Dag John, tot de volgende. We zien elkaar op donderdag 4 juni in het Ramova Theater in Chicago...

Franky Bruneel


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel