|
         

|
Moulin Blues
Stenenbrug, Ospel
(NL) - 1 en 2 mei 2026
In
het radionieuws hadden we
onheilspellende berichten
gehoord over de woekerende
natuurbranden in de buurt van
het Nederlandse Weert. 'Als
die maar geen roet in het eten
gooien', dachten we. En dat
mag je gerust letterlijk nemen
want Ospel ligt niet zo gek
ver van Weert af en er stond
wel een stevig windje. We
zullen je maar meteen
geruststellen; we hebben er
niets van gemerkt. Er viel ons
zelfs geen vermaledijde
wegomleiding te beurt. We
kwamen dus netjes op tijd en
met open vizier aan bij het
grootste bluesfestival van
Nederland. Geloof ons, het
programma is heel druk beladen
en de vele overlappingen maken
het onmogelijk om werkelijk
alles te zien en te horen.
Zelfs alleen maar een adequate
impressie van alle bands
vangen is gekkenwerk. Om jou
dit verslag zo compleet
mogelijk te kunnen serveren,
hebben wij ons met z'n tweeën
opgesplitst. De scheidingslijn
is ook de lijn van de logica
en die ligt tussen het
hoofdpodium en het Moulin
Blues Café.
vrijdag
1 mei - hoofdpodium
Stipt om 16.00 u.
mag de Nederlandse band Bacon
Fat Louis de
spreekwoordelijke spits
afbijten. Wie denkt zachtjes te
ontwaken en zich in alle rust de
oogjes uit te wrijven, is eraan
voor de moeite. Bacon Fat Louis
brengt vlammende rootsrock met
bijwijlen trancerende ritmes. Ze
doen ons ietwat aan onze
eigenste Boogie Beasts denken,
maar ze zijn vlakker en
monotoner. Begrijp ons niet
verkeerd, dit is absoluut geen
slechte band, integendeel. Het
klinkt allemaal wel moddervet
maar ergens missen we ietwat het
spel van 'tension and release'.
"Jeetje!", horen we je
denken. "Ga jij nu écht over
tension and release beginnen
terwijl Toby Lee
de volgende in rij is?" En
gelijk heb je! Joe Bonamassa
noemt de 21-jarige Brit Toby Lee
een superster in wording en met
dit gegeven weet je het
natuurlijk al. Deze piepjonge
gitaarduivel brengt snoeiharde
bluesrock en boogie. Hij rijgt
meerdere supersnelle songs
naadloos aan elkaar en laat noch
zijn band noch het publiek veel
ademruimte. Toegegeven, als
gitarist is hij absoluut
hoogbegaafd maar we hopen dat
hij als de jeugdige
onstuimigheid ooit gaat liggen,
leert om de teugels ook eens te
vieren en écht connectie met het
publiek te maken tijdens het
spelen.
Met de derde act
steken we voor het eerst de
grote plas over. Ooit was Mike
Farris uit Nashville de
hopman van de rockband The
Screamin' Cheetah Weelies maar
na een onstuimige periode waarin
hij nogal wat dingen heeft
geconsumeerd, koos hij er
resoluut voor om zijn stem ten
volle te benutten voor
hedendaagse soul. In 2015 won
zijn album 'Shine For All The
People' een Grammy als beste
roots/gospel-album en ook in
2007 al, kaapte Farris een
Grammy weg. Zijn hoge stem,
waarvan het register haast tegen
de kopstem aan scheurt, is
uitermate geschikt voor zijn mix
van soul, funkblues, gospel en
zelfs enkele Nola-geïnspireerde
bluessongs. Zelf is Mike
'slechts' de ritmegitarist in
zijn band en muzikaal is er
ruimte voor alle instrumenten.
Je hóórt bijvoorbeeld de
hammondpartijen en daar worden
we blij van. Mike Farris is zeer
zeker een degelijk artiest met
een eigen identiteit. Het staat
ons echter ietwat voor de geest
dat het publiek op het
(Ge)Varenwinkelfestival in 2023
een tikkeltje meer ontvankelijk
was voor Farris' muziek.
Dan is het tijd
voor de inmiddels 77-jarige
wereldwijd geliefde Duke
Robillard. Zoals verwacht
krijgen we naast werk die Duke's
brede spectrum omvat ook een
flink aantal nummers uit 'Blast
Off!', zijn gloednieuwe album.
Duke staat synoniem voor blues,
rhythm-and-blues, jumpblues en
een snuifje soul, alles heel
bezadigd gespeeld en met elke
noot zorgvuldig gekozen. Hij
heeft een uitgebreide band bij,
met twee saxofonisten die voor
een extra dimensie zorgen. Duke
wordt ouder. Hij werkt
tegenwoordig zijn optredens al
zittend af en hier laat hij op
één nummer na het zingen
volledig over aan Chris Cote die
eigenlijk al sinds 2023 –
eerlijk is eerlijk – de hoofdrol
speelt in de Duke Robillard
Band. Duke vraagt extra aandacht
voor het nummer 'The Way You Do'
van Jimmy Nolen uit 1956. Nolen
voegde zich trouwens in 1965 als
gitarist bij James Brown, maar
dit terzijde. Het is goed dat
Duke onze oren heeft geopend,
want hij slaagt er in dit nummer
wonderwel in om zijn gitaar te
laten spreken.
Bij de
voorlaatste band op het
hoofdpodium geloven we onze ogen
niet. Daar staat verdorie een
volledige Belgische band! We
zien gitarist Arne Demets,
drummer Bernd Coene, een drummer
uit het Gentse en onze eigenste
koning Filip ontpopt zich als
een bijzonder expressieve en
energieke frontman. Wie had dat
ooit gedacht? Of is het een
dubbelganger? We nemen alsnog de
tijd om onze oogjes uit te
wrijven en bij nader inzien
blijkt het dan toch de fameuze
blues-Texaan Guy Forsyth
te zijn. Het hele optreden staat
in het teken van 'High
Temperature', zijn debuutalbum
uit 1994 en volgens veel fans
nog steeds zijn beste. Die fans
staan in dichte drommen pal voor
het podium en legendarische
nummers als 'Night Train',
'Don't Turn Me In', 'Evil Man'
en vooral 'Taxi' gaan erin als
zoetekoek. Na 32 jaar heeft
Forsyth nog niets aan energie en
zeggingskracht ingeboet en de
band speelt met het meeste gemak
retestrak. Voor ons is dit
alvast tot dusver het strafste
optreden van de eerste
festivaldag.
Southern Avenue
mag die eerste festivaldag op
het grote podium afsluiten. Ze
brengen soulvolle en funky pop
met bluesinvloeden. Het is
altijd een pluspunt wanneer oog
en oor op hetzelfde moment op
hun wenken worden bediend. Dit
is geen blues maar wij vinden
zowel de fysieke hoedanigheid
als de close harmony-zang van de
zusjes Jackson bijzonder
geslaagd. Na afloop van de avond
horen we overal de naam Guy
Forsyth rondzoemen. Blijkbaar
lopen de meningen nogal gelijk.
We zijn er trots op dat drie
Belgenmensjes hebben meegewerkt
aan wat zonder ook maar de
minste twijfel het klapstuk van
de dag is geworden...
Moulin
Blues Café
Heel vaak
ontdekken we op Moulin Blues de
meest verrassende bands en acts
in de kleine tent. Er was dit
jaar gekozen voor meer roots dan
blues maar dat mocht de pret
niet drukken. Op vrijdag staken
de Spaanse The Lazy Tones
met hun ruige versie van op
Chess geïnspireerde nummers van
wal. We waanden ons in de jaren
'50. Met covers als ‘Baby Please
Don't Go' – gezongen met een
onwennig Valenciaans accent – en
een enkele smartlap kon de pret
niet op. Het sterke Duitse Smokestack
Lightnin' zorgde met hun
mix van rockabilly,
rhythm-and-blues, country, een
vleugje folk en rock-'n-roll
voor een feestje. Deze geoliede
band zette een dijk van een show
neer waarvan we vooral
‘Mousetrap’ en een sterke versie
van Tony Joe Whites ‘Polk Salad
Annie’ onthouden.
Los Fabulosos
Blueshakers, met zangeres
Lizzy Lee, brachten daarna een
set no-nonsense blues met een
mix van Chicago en Texas. Niet
in zijn geheel overtuigend
gebracht maar dat kwam misschien
omdat enkele leden zich al
hadden gegeven met The Lazy
Tones. De avond werd afgesloten
door het Jon Amor Trio,
en dan weet je dat je kwaliteit
krijgt, maar dat het ook wel
hard kan klinken. Hij is geen
onbekende meer en verdiende zijn
sporen al als lid van The Hoax.
Jon blijft een zeer overtuigende
gitarist. Maar hét hoogtepunt
van de vrijdag waren
ontegensprekelijk The Loved
Ones. Deze band was in de
jaren '90 enorm populair in onze
contreien. Meerdere keren zagen
we ze aan het werk met hun
energieke, maar altijd straffe
jaren '60-rhythm-and-blues. Met
Britse mod-invloeden, zoals het
vroege werk van The Yardbirds,
hebben ze toch hun eigen sound
kunnen creëren. Een uur
herkenning en pure nostalgie. We
voelden ons ineens dertig jaar
jonger! We kunnen niet wachten
op hun nieuw album dat ze nu met
producer Nick Waterhouse
opnemen...
zaterdag
2 mei - hoofdpodium
Moulin Blues
start vandaag pal op de middag
en dat is vroeg. Het wordt een
meer dan twaalf uur durende
marathon maar we hebben er zin
in. Eigenlijk sluit de opener op
het hoofdpodium perfect aan bij
de afsluiter van gisteren. De
Nederlandse band King Of The
World brengt geen pure
blues maar we verkiezen hun
smaakvolle stijlenmix boven
platwalsende gitaarrock. Zeker
weten! Bassist-zanger Ruud Weber
heeft een aangename zangstem die
helder en gruizig tegelijk is.
Samen met drummer Marlon Pichel
en toetsenman Govert laat hij
zich vaak meerstemmig horen en
ook dat zit goed. Wat we ook
kunnen appreciëren aan KOTW is
dat hoewel alle bandleden
virtuozen zijn, de klemtoon op
de songs ligt. En op het verhaal
dat ze ermee te vertellen
hebben.
Het is half twee
en voor het volgende optreden
liggen de verwachtingen hoog. De
onze althans. Marquise Knox
uit Saint Louis, Missouri (zie BTTR
126) is in de blues gepokt
en gemazeld en de podiumervaring
die hij de voorbije vijftien
jaar wereldwijd bijeen graaide,
maakte van hem een
ras-entertainer. En hij is er
nog maar 35. In een tekst die
hij ter plaatse improviseert,
zegt hij in de eerste song het
publiek gedag en stelt hij
zichzelf voor. Hoe origineel!
Met zijn warme stem en dito
gitaarspel brengt Marquise blues
en soul zoals enkel de originals
uit het Diepe Zuiden dat konden
en kunnen. Een hoogtepunt is
wanneer Marquise even bij James
Carr leentjebuur gaat spelen
voor 'Pouring Water On A
Drowning Man'. Al na een vijftal
nummers vraagt Knox zijn 'kleine
broertje' op het podium. Sean
'Mack' McDonald, die later op de
dag ook zelf optreedt, doet zo'n
half uurtje mee en tussen de
twee ontstaat een mutualistische
dynamiek. Marquise en zijn
Nederlandse begeleiders vullen
het slotstuk van het concert
zelf in. Rufus Thomas' 'Walking
The Dog' zorgt voor een
aanstekelijk pleziertje en
kippenvel krijgen we met B.B.
Kings 'Blues Man'. Marquise
zingt het zo geloofwaardig: "I'm
a poor man but a good man, a
blues man you understand?"
Hij duikt voor de tweede keer
vandaag het publiek in en gaat
al zingend zelfs buiten de
zonnekloppertjes entertainen. Er
moeten hierna nog veel acts de
revue passeren, maar we durven
ons op dit punt al afvragen of
iemand qua bluesgehalte nog
dieper zal gaan. Aan het einde
van de set maakt de uitbundige
en dankbare reactie van het
publiek nog maar eens duidelijk
wat bluesliefhebbers op een
bluesfestival willen horen...
De 25-jarige
Canadees Marcus Trummer
wordt in de media voorgesteld
als een jonge man met een oude
ziel. Hij brengt een mix van
blues en soul, zingt niet
onaardig en begint sterk aan
zijn optreden. Een sluitende
verklaring kunnen we niet
bedenken, maar... om een of
andere reden pakt de mayonaise
niet. De saus bindt niet, de kar
trekt niet en tot overmaat van
ramp slaat de vonk niet over.
Trummer wil zijn muziek danig
'mainstreamen' naar een breed
publiek toe, dat het al gauw
verzandt tot wat je in een
luchthavenloungebar hoort. Of in
de lift, op weg ernaartoe.
Het is 16.30 u.
en de blueshoogmis waarvan twee
uur geleden de pauzeknop was
ingedrukt, kan weer verder.
Geflankeerd door zijn trouwe
Franse begeleiders Julien Dubois
(basgitaar), Sylvain Tejerizo
(sax) en Fabrice Bessouat
(drums) brengt de 25-jarige
zanger-gitarist Sean 'Mack'
McDonald (zie BTTR 131)
uit Georgia voor een goedgevulde
grote tent zijn inmiddels
gekende mix van blues en
rhythm-and-blues met een jaren
'50- en '60-inslag. Vaak soleert
hij letterlijk 'tongue in
cheek', want gitaarspelen met
twee vingers in de neus gaat
natuurlijk niet. We horen werk
van Johnny Otis en ook eigen
nummers in deze traditie.
Tijdens een traag nummer duikt
hij het publiek in voor een
minutenlange solo, hij heeft een
mooie versie van Ray Charles'
'Unchain My Heart' en zorgt voor
wat publieksparticipatie tijdens
het meezingmoment in Guitar
Slims 'Certainly All'. 'Angel
Baby' zet hij zeemzoet in, maar
het wordt rock-'n-roll à la
Little Richard (die uit dezelfde
streek kwam als Sean). De
toegift is een pompende versie
van 'The Hucklebuck' waarin
Sylvain nog eens schittert op de
sax, zoals hij dat vandaag
talrijke keren heeft gedaan. Nu
hebben wij Sean de laatste jaren
wel vaker gezien en zijn set was
vandaag quasi identiek aan wat
hij vorig jaar op
(Ge)Varenwinkel en in de Banana
Peel heeft gespeeld. Monsterlijk
grote verrassingen had hij voor
ons dus niet echt in petto, maar
dat doet uiteraard niets af van
zijn puike prestatie en een zeer
goed optreden.
En wat een
rustgevende verademing was het
vervolgens om de inmiddels
73-jarige zanger Darrell
Nulisch aan het werk te
zien met een ijzersterke band!
Biografietjes spreken altijd
over zijn prestaties bij Ronnie
Earl, James Cotton of Anson
Funderburg maar ons is hij voor
het eerst echt opgevallen als
zanger bij Mike Morgan & The
Crawl, eind jaren '80. Hij heeft
een gedeelte van zijn eigen band
meegebracht naar Ospel, zijnde
gitarist Chris Vitarello,
organist Dave Limina en drummer
Lorne Entress. Vader en zoon
Erkan en Kenan Özdemir
vervolledigen de bezetting,
respectievelijk op bas en
gitaar. Darrell wordt ouder maar
heeft nog steeds een charisma
van hier tot in Tokio. Met een
cool waar we stikjaloers op
zijn, brengt hij zijn blues en
soul heel gezapig en in een
aantal nummers ondersteunt hij
zichzelf niet onaardig op
harmonica. Spontaan komt bij ons
de vergelijking met Tad Robinson
op. Alleen vinden wij Nulisch
een stuk boeiender, al is het
maar omdat hij en de band aardig
uit de voeten kunnen met het
spel van 'tension and release'.
Ja, daar zijn we weer. Darrell
sluit zijn set knap af met
'Pouring Water On A Drowning
Man' dat we vandaag al hoorden
van Marquise. In het publiek
staat Sean 'Mack' McDonald te
dansen dat het een lieve lust
is. Die brave jongen gaat er
helemaal in op zeg!
Gisteren hoorden
wij een onwaarschijnlijk verhaal
dat we jullie niet willen
onthouden. En het is niet zomaar
van horen zeggen. We hebben het
uit eerste hand, enfin, eerste
mond, euh... van Wim Huybrechts,
alias Den Huibbe van Smokestack
Charlie, vroeger van Chilly
Willy, weet je wel? Okay. Den
Huibbe heeft gisterochtend
telefoon gekregen van de Duitse
boeker van Jovin Webb
(zie BTTR 133).
De band hing in de lucht, ergens
tussen Louisiana en Zaventem.
Behalve de drummer, want vanwege
een probleem met zijn paspoort
mocht hij het vliegtuig niet op.
Er in mocht ook niet. Of Den
Huibbe hier en nu een drummer
kon vinden die drie optredens
mee kon doen, te beginnen
gisteren op Roots & Roses,
vandaag op Moulin Blues en
maandag in de Banana Peel. Een
mirakel placht al eens te
gebeuren en zo is Chris
Holemans, uit de streek van
Aarschot, heel onverwacht van
dienst. Dat is het eerste
mirakel. Het tweede is dat hij
Jovin Webb noch van haar noch
van pluimen kent en zijn muziek
dus al helemaal niet. Jovin
vliegt er onverbiddelijk hard in
met 'Drifter' en we stellen vast
dat Kris dat prima doet.
Akkoord, Jovin en de bassist
geven soms wat aanwijzingen maar
zelf voelt hij zeer goed aan wat
hij moet doen. Zoals hij het
zelf een aantal keren
declameert, brengt Jovin een mix
van blues, rock-'n-roll en wat
soul. Hij probeert een aantal
nummers uit van zijn op stapel
staande nieuwe album en het
publiek reageert enthousiast.
Jovin Webb is het zoveelste
bewijs dat een nieuwe generatie
degelijke bluesartiesten klaar
staat om de fakkel over te
nemen.
Het is kwart voor
tien en net zoals bij Guy
Forsyth gisteren verzamelen een
massa fans in groten getale pal
voor het podium voor het
optreden van Brian Templeton
(zie BTTR 133)
en Kid Ramos. Templeton,
zanger-harmonicaspeler pur sang,
bekend van o.a. Radio Kings en
Delta Generators en
gitaarvirtuoos Kid Ramos,
ex-James Harman Band, -Fabulous
Thunderbirds en Mannish Boys,
vormen al een tijdje een
succesvol duo sinds ze bij The
Proven Ones gingen samenwerken.
In tegenstelling met Hookrock
vorig jaar hebben ze hier hun
Amerikaanse band bij. We horen
een mooie versie van B.B. Kings
'Bad Case Of Love', we horen
Howlin' Wolf en uiteraard veel
op de T-Birds geïnspireerde
muziek. Wanneer twee klasbakken
van dit niveau hun krachten
bundelen, dan weet je gewoon dat
het goed zit. De fans worden
absoluut niet teleurgesteld.
De
Belgische band Boogie Beasts
mag de festivalgangers de nacht
in sturen. Dat doen ze met hun
onderhand bekende haast
psychedelische trance-bluesrock
en een aangepast programma dat
net zoals hun recente album een
ode aan R.L. Burnside is. Ze
krijgen het gezelschap van Pablo
van de Poel, hopman van de
Nederlands-Limburgse
psychedelische bluesrockgroep
DeWolff. Nog een tip: Op vrijdag
28 augustus staan Boogie Beasts
ook op het
(Ge)Varenwinkelfestival in
Herselt, waar ze voor hun
eerbetoon aan Burnside zullen
worden bijgestaan door Kenny
Brown en die stond heel dicht
bij R.L. Burnside. Enfin, in
september 1998 hebben wij op het
Handzame Blues Festival ook eens
heel dicht bij Burnside gestaan,
maar je begrijpt vast dat het
bij Kenny Brown om een
intensieve samenwerking ging met
de stamvader van de North
Mississippi Hill Country-blues.
Vergeef ons onze flauwe grapjes,
wil je? Het is laat en de
vermoeidheid slaat toe. Over
naar Peter voor het verslagje
van wat er zich vandaag in het
Moulin Blues Café heeft
voltrokken...
Moulin
Blues Café
Vroeg op de
middag kregen we The Too Bad
Jims voorgeschoteld en dat
was voor ons dé verrassing van
de dag. Met hun North
Mississippi-blues met ‘very
little changes’, zoals ze zelf
aankondigden, brachten ze ons in
trance. De twee frontmannen van
dit trio zongen bijna alles
samen, wat een mooi effect gaf.
Met nummers van R.L. Burnside en
Robert Belfour kon de dag al
niet meer stuk. Pat Faherty en
Tim Carman stonden in 2022 al
eens op het podium van Ospel,
maar dan met de band GA-20. Hun
huidige band Canyon Lights
is al even stevig. Hun liefde
voor seventies-rock steken ze
niet onder stoelen of banken. We
hoorden echo’s van Mountain en
The James Gang. Zo’n vintage
geluid hadden we al enige tijd
niet meer zo prominent gehoord.
Het Catalaanse
eenmansorkest Sergi Estella
klonk voor één persoon
bijzonder ruig en rauw, maar
jammer genoeg ook vrij rommelig.
Hij zei nog: "I Play alone,
because nobody wants to play
with me." We begrepen het.
Wel knap hoe hij zelf zijn hele
instrumentarium in elkaar heeft
geknutseld. De Londonse Eddy
Smith & The 507
brachten vervolgens een set zeer
stevige rock met invloeden van
soul en blues. Wij konden de
rauwe stem van Smith wel
pruimen. Daarna was het de beurt
aan het loeiharde Ierse trio Delta
Fuse die met hun heavy
rock inclusief fuzz-bass en wat
sixties-psychedelica de Ospelse
tent deed daveren. Toegegeven, Connolly
Hayes, de band van
zangeres Jess Hayes en
gitarist/zanger Frankie Connelly
was toch meer ons ding met hun
zeer melodieuze songs. Ook
Brits, maar dat hoorde je niet
aan hun geluid dat eerder de
richting van southern rock
uitgaat met duidelijke soul- en
bluesinvloeden. Soms ging het de
kant van The Neville Brothers
uit, dan weer eerder Little
Feat. Warme stemmen en prachtig
slidegitaarwerk. Meer moet dat
niet zijn.
CM
Wolf and The Backbones
sloten het festival in het
Moulin Blues Café af en dat
deden ze in een goedgevulde tent
met heel wat enthousiaste fans
die hun eigentijdse rockabilly
smaakten en er duidelijk van
genoten. Wat zegt u? Dat het
nogal hard stond? Maar dat zijn
we al gewoon, toch?
reageer
op dit artikel
terug
naar de index van de
concert- en
festivalrecensies
Naast de concert- en
festivalverslagen op deze
website is Back To
The Roots sinds 1995 het meest
complete en veelzijdige
tijdschrift voor blues
en verwante muziekstijlen.
Vijf keer per jaar brengen we
u nieuws, achtergrond,
interviews, reportages, cd- en
dvd-recensies, boeken, de
meest complete blueskalender,
enz... Nog geen
abonnee? Klik
hier voor meer info.
|
foto's:
© Franky Bruneel
(main stage)
© Peter Jacobs
(kleine tent)
|