Op
30 maart zakten we nog eens af
naar de Banana Peel in
Ruiselede, ditmaal echter niet
om een of andere nieuwe jonge
snaak aan het werk te zien. Op
de planken stond immers de
73-jarige bluesveteraan John
Grimaldi, beter bekend als
Studebaker John. Voor ons
persoonlijk was geleden van de
Belgian Blues Night ’91 in
Brugge dat we de man nog aan
het werk zagen. Zijn
mini-tournee door België en
Nederland was dan ook de
uitgekiende gelegenheid om de
unieke en authentieke stijl
van de man nogmaals te
aanschouwen. De Hawks – zijn
begeleidingsmuzikanten in de
VS – maakten de reis over de
grote plas niet mee maar het
tourmanagement voorzag het
meer dan degelijke alternatief
onder de vorm van Shakedown
Tim op gitaar, Chris Forget op
bas en Koen Van Peteghem aan
de drums. Het kersverse
uitgebrachte album 'Jumpin’
From Limb To Limb’
vervolledigde het plaatje en
alles was klaar voor een
avondje authentieke blues.
John Grimaldi is
opgegroeid in Chicago en hij
heeft geplukt uit het oeuvre van
de vele grootmeesters zoals
Muddy Waters, Hound Dog Taylor,
J.B. Hutto en Howlin’ Wolf. Een
aantal onder hen zag hij nog in
levende lijve bij het begin van
zijn artistieke loopbaan. Als je
echter zijn talrijke albums
beluistert, dan vallen twee
dingen op. Zijn oeuvre heeft een
zeer heterocliet karakter en hij
heeft niet alleen gekopieerd van
de grootmeesters, maar hij heeft
er ook zijn eigen ding mee
gedaan.
Studebaker John
begint zijn optreden met een
reeks van zes nummers uit zijn
nieuw album, achtereenvolgens de
snelle boogie ‘Shake That
Thing’, de midtempo-shuffle
‘Sho-enuff Did’, het swingende
‘Do It Like You Should’, het
‘That's What (The Blues Is)’ met
een meeslepende New-Orleans
beat, het door Muddy Waters
geïnspireerde ‘Well Allright’ en
een 'two-chord vamp' ‘Wig Headed
Woman’. Doorheen de
verschillende nummers weerklinkt
Johns indringende, nasale
stemgeluid. Zijn leeftijd speelt
hem hier geen parten. Wellicht
zal zijn gezonde levenswijze
hier ook niet vreemd aan zijn.
Waar de leeftijd zich wél laat
zien, zijn zijn knokige vingers,
vermoedelijk een erfenis van
zijn werk in de bouwsector, voor
hij professioneel muzikant werd.
Maar die beletten hem niet om
een heel eigen stijl op de
gitaar neer te zetten. Hij
bespeelt een niet nader te
identificeren gitaar, naar
verluidt gekocht voor een luttel
bedrag in een pandjeshuis. Zowel
de gitaar als Johns manier van
spelen zijn minimalistisch, maar
wat een impact! Ofwel speelt hij
met een muntstuk dat dienst doet
als plectrum – zo kennen we nog
een zekere Billy Gibbons, die
dat ook doet – ofwel moffelt hij
het weg in zijn handpalm en
betokkelt hij de snaren met de
vingers. Dit laatste
voornamelijk voor zijn
scheurende slidewerk, waarin hij
excelleert. Johns gitaar is
trouwens gestemd in open E, in
plaats van de voor
slidegitaristen meer
gebruikelijke open D of G. Van
daar zijn ongebruikelijk ogende
vingerzettingen.
Om de eerste set
af te sluiten, krijgen we nog
een potige Chicago-shuffle, ‘I’m
Ready To Rock’ met vele
accentverschuivingen in het
gesyncopeerde ritme, het door
Howlin’ Wolf geïnspireerde
‘Smokestack’ en de snelle
Chicago-shuffle ‘Nothing But
Fun’. Telkens weer exponenten
van Johns stijl waarin hij blijk
geeft van authentieke inspiratie
en het magistraal beheersen van
het opbouwen van spanning, om
die daarna vakkundig terug neer
te zetten. Maar ook de
begeleidingsmuzikanten zijn
natuurlijk niet de eerste de
beste. Tim Ielegems valt
begrijpelijkerwijze het meest op
met zijn adequate ritmegitaar en
daar waar nodig enkele snedige
solo’s. Ook Koen en Chris
ondersteunen de songs van John
op een passende en gevarieerde
wijze. Ze hebben vooraf
gerepeteerd maar bassist Chris
Forget vertrouwt ons toe dat er
per optreden toch altijd wel een
paar verrassingen uit de boom
komen vallen, onder de vorm van
niet voorziene nummers of een
gewijzigd arrangement.
Na de pauze gaat
het eerst verder met ‘Ride With
Me Baby’. Ja, John heeft wel
iets met auto’s, niet in het
minst zijn eigen vintage
Studebaker. Nu ja, het hangt er
natuurlijk van af wat hij echt
bedoelt met “riding with my
baby”. Voor dit nummer haalt
Koen de borstels boven, terwijl
John voor het eerst zijn
chromatische harmonica te
voorschijn tovert om er een paar
veelzijdige riedeltjes uit te
toveren. Het merendeel van de
nummers speelt hij echter op een
diatonische mondharmonica. Die
is samen met zijn vintage
'bullet' microfoon op een
'custom made' microstand
gemonteerd, zodat John tegelijk
gitaar en mondharmonica kan
spelen. Denk bij de combinatie
van mondharmonica en gitaar dan
maar niet aan het eerder friele
harmonicageluid van bijvoorbeeld
Neil Young of Bob Dylan, die een
harmonicarekje rond de nek
gebruik(t)en. Hier spreken we
van een flink uit de kluiten
gewassen harmonicasound met een
met een zuivere, doordringende
toon. Door de mondharmonica op
die steun te plaatsen, moeten
wel alle klankschakeringen met
de mond en de ademhaling worden
gecreëerd, terwijl de handen aan
de gitaar gekluisterd liggen. En
dan heeft John twee opties:
ofwel unisono met de gitaar
dezelfde melodielijn spelen op
de harmonica, ofwel twee
gescheiden partituren volgen.
Eerlijk gezegd, we weten niet
wat het moeilijkste is. U zal
het begrepen hebben, hij kent er
wat van.
De tweede set
bestaat daarna voornamelijk uit
nummers uit zijn vroegere
albums, waarbij shuffles,
boogies, rockers à la Chuck
Berry of trage nummers elkaar
opnieuw afwisselen. We pikken er
een paar nummers uit, die ons
zijn bijgebleven. Eerst denken
we aan ‘Up & Down The Line
Again’ met een haast bezwerende
gitaar- en mondharmonicariff
waarbij de drummer de hele song
met de maracas begeleidt. Een
tweede nummer uit het album
'Eternity's Descent' zorgt voor
een kippenvelmoment: John brengt
het zeer persoonlijke ‘(Just
Trying To Live) My Life’ op een
indringende wijze. Na alle
snelle nummers snijden de
harmonica en de zang van deze
ballade door merg en been.
Tenslotte nog een vermelding
over een song uit het album
'Kingsville Jukin'', ‘Howlin’ In
The Moonlight’. John trekt weer
volop de kaart van 'tension and
release' en slaagt er zelfs in
om het publiek te laten
mee-howlen, weliswaar niet met
volle overgave. Ja, Johns muziek
is niet altijd van de meest
toegankelijke en het vergt enige
tijd om zijn stijl echt te
appreciëren. Maar het is zoals
een goed glas bordeaux of een
glas trappist. Daar moet je ook
de tijd voor nemen. Oei, zeiden
we niet dat John er een gezonde
levensstijl op nahoudt en dat
hij geen druppel alcohol
drinkt...
Voor
ons was het een geslaagd
optreden, als onderdeel van een
al even geslaagde tournee,
waarvan praktisch alle optredens
uitverkocht waren. Moet er nog
zand zijn?