TEE
Salle André Wauquier, Saint-André-Lez-Lille (FR)
24 januari 2026

In een verloren momentje – al zijn die tegenwoordig eerder schaars – durven we ons ook al eens overgeven aan wat dol gescroll langs de kronkelende Facebookwegen. Vaak gaan die nergens heen en hebben we dat verloren momentje gedood zonder iets van wereldschokkende waarde te hebben opgepikt. Deze keer was het anders, want we konden onze vreugde niet op toen we zagen dat TEE twee dagen later zou optreden in het Noord-Franse Saint-André-Lez-Lille. Mijnheer André Wauquier is daar van 2001 tot 2017 burgemeester geweest en omwille van zijn jarenlange inzet is de plaatselijke polyvalente zaal naar hem vernoemd. Het optreden van TEE kaderde in de concertreeks '7 Nights To Blues', al twintig jaar georganiseerd door de plaatselijke cultuurvereniging Scènes en Nord.

Telkens we in Frankrijk naar een bluesconcert gaan, valt het ons op hoe netjes alles is geregeld. Het onthaal en begeleiding van de bezoekers, de setting van de zaal (met een zitplaats voor iedereen die dat wil) en de hulpvaardigheid van de vrijwilligers zorgen ervoor dat je je welkom voelt. Uiteraard was dat hier niet anders. Iets na halfnegen verschenen de muzikanten één voor één ten tonele, terwijl organisator Patrick Van Speybrock hen introduceerde en dat ging ongeveer als volgt: "Aan de piano, uit Duitsland, Christian Rannenberg. Aan de basgitaar, een Belg uit Luik, Renaud Lesire. Op saxofoon, nog een Belg, André de Laat. Aan de drums, een landgenoot uit Nantes, Fabrice Bessouat. En last but not least, een man die al sinds het einde van de jaren '80 aan de top staat van de Europese bluesscene, Marc Thys, TEE!!" Marc kwam dus als laatste het podium op en geloof ons, die man heeft – ook al is hij de minzame bescheidenheid zelve – een uitstraling van hier tot in Tokio. Hij verscheen in een fraai lang gewaad, zeg maar een soort overhemd dat tot onder zijn knieën kwam. Uiteraard gaan we het hier voornamelijk over de muziek hebben, maar dat Marc ook een vestimentaire trendsetter is, altijd geweest trouwens, willen we toch wel even hebben gezegd.

Na een trage opener en een jumpblues waarin naast Marc in de hoofdrol Chris en André toch wel heel serieuze bijrollen speelden, kwam meteen al een verzoekje uit het publiek voor nog een slowblues. Hierin kreeg André de hoofdrol. Het is duidelijk dat Marc muzikanten rond zich heeft geschaard die muzikaal dezelfde taal spreken. En ook Marcs gitaar sprak. Hij had de opbouwende sound van Otis Rush, met diezelfde frasering en lange gebogen noten, typisch voor Chicago's West Side-sound van de jaren '60. Maar tegelijk hoorden we ook de verfijnde mix van blues, soul en R&B van bijvoorbeeld Little Milton, met een bijtende maar melodieuze techniek. En zelfs de single-note solo's met vlinderachtige vibrato van T-Bone Walker zijn hem niet vreemd. Al die elementen versmolt Marc tot een volstrekt eigen sound, coherent en onnavolgbaar. Als gitarist is Marc – en om in de Franse sfeer te blijven, zullen we maar een gepast Frans woord gebruiken – incontournable! Over Franse woorden gesproken; ook Marc haalde er uit beleefdheid voor zijn Franse publiek enkele boven, maar verviel telkens in verontschuldigingen omdat zijn Frans echt niet zo goed is, en voor 'echt niet zo goed' zocht hij het gepaste woord. "Dégueulasse", trad de schitterende bassist Renaud hem gevat bij. "Deegulas? Crème glace!" antwoordde Marc schaapachtig. Alles gebeurde zo spontaan en het publiek liet zich zeer gewillig op sleeptouw nemen.

"We hebben geen plan", zei Marc. "Er is geen plan in de blues. Blues is zich inleven in het moment en laten gebeuren wat er gebeurt. Het enige plan dat ik nu heb, is om eens iets in de toonaard E te spelen. We zien wel." Het werd een fraaie shuffleversie van 'Early One Morning' (Ike & Tina Turner, Big Mama Thornton, etc...) waarin Marc zelf de lead nam. Daarna verklaarde hij zich zeer verbonden te voelen met het volgende nummer en het aldus aan zichzelf te willen opdragen. Hij nam eventjes zijn hoed af om zijn kale knikker te laten zien. Aan een half woord en een kale knikker heeft een goede verstaander genoeg. Wij waren al mee. Natuurlijk werd het Eddie Vinsons 'They Call Me Mr. Cleanhead' en wie het origineel kent, zal vast wel begrijpen dat de song perfect past in de setting van deze band omdat de saxofoon er een prominente rol in speelt.

Song na song verblufte Marc ons met zijn loepzuivere gitaarsound. Zonder pedalen, zonder franjes en op een Eastman-gitaar. Die lijkt zeer goed op de 'thinline hollow body-reeks' van Gibson maar ze is een stuk budgetvriendelijker. Eigenlijk is het sterk wat Marc uit zijn instrument haalt. Achteraf vertelde hij ons hierover: "Ons moeder zaliger zei altijd: 'niet de pen heeft het handschrift, maar de schrijver'." In de pauze waren er vanuit de organisatie gratis toastjes voorzien met een soort plaatselijke currypaté en andere met zwarte lompviseitjes. Nog maar eens een voorbeeldje van de o zo typische Franse gastvrijheid. We maakten kort ook een praatje met organisator Patrick en lanceerden het forse statement dat Marc Thys toch wel het allergrootste bluestalent is dat België ooit heeft gehad. "Maak daar maar Europa van", antwoordde Patrick. "Afgezien van Sven Zetterberg, misschien. Ze hebben hier trouwens nog samen gespeeld, Marc en Sven. En enkele maanden later was Sven dood..."

In de tweede set ging het zo mogelijk nog meer crescendo. Op Marcs verzoek had men de rookmachine de strot dichtgeknepen en dat kwam die van Marc ten goede. Zingen kostte hem namelijk veel energie want het dynamisch bereik dat de klankman de zangmicro had toebedeeld, was niet zo heel ruim. Ook deze set was pure improvisatie. Dit was het eerste optreden van TEE in deze bezetting en ze hadden niet eens de tijd gehad om het repetitiehok in te duiken. Was het eraan te horen? Zeer zeker niet; dit internationale gezelschap bestaat uit vijf klasbakken die al een tijdje hun rijbewijs hebben en het stuntelen allang voorbij zijn. Ze zijn zo professioneel dat gebruiksaanwijzingen er zenuwachtig van worden. Echt waar! Voor een grappig nummertje met veel gemompel speelde Renaud gitaar op een Fender Strat met een fraaie trillende tremolo en haalde Marc de harmonica boven. Plotsklaps bracht hij ons met zijn harmonicaspel terug naar zijn tijd met The Finsbury Park Empire, toen hij in de Banana Peel een live-album opnam. We schrijven 1986. Dat is verduiveld veertig jaar geleden en ja, daar waren we toen ook al bij! Andere hoogtepunten uit de set: 'I Feel So Bad' (like a ballgame on a rainy day) van Little Milton met een fraaie saxsolo van André, 'Leavin' In The Morning' waarin Marc in onvervalste B.B. King-stijl zeer diep ging en ook de manier waarop hij ter plaatse songteksten brouwde voor nummers met de instrumentale thematiek van 'Rock Me Baby' en 'Little By Little'. Ondertussen hadden de dansers zich een weg tot net voor het podium gebaand om er bij het slot van de show nog eens helemaal voor te gaan...

Ja natuurlijk kreeg de band aan het einde een staande ovatie. Meer dan verdiend trouwens. Als toegiften kregen we nog een funky rumba en de door merg en been snijdende slowblues 'It Ain't Nobody's Business What I Do', naar ons aanvoelen vooral geënt op de versie van Freddie King. Wat een schitterend optreden is dit geweest. We hebben er (veel te) lang moeten op wachten, maar TEE is terug. Helemaal. Volgende week gaan ze met deze bezetting weer de studio in voor een nieuw album dat we in april mogen verwachten, straks spelen ze ook op Blues Peer en wie weet welke adembenemende hoofdstukken schrijver Marc zoal nog uit zijn Eastman-pen gaat pleuren.


Franky Bruneel


reageer op dit artikel

terug naar de index van de concert- en festivalrecensies

Naast de concert- en festivalverslagen op deze website is Back To The Roots sinds 1995 het meest complete en veelzijdige tijdschrift voor blues en verwante muziekstijlen. Vijf keer per jaar brengen we u nieuws, achtergrond, interviews, reportages, cd- en dvd-recensies, boeken, de meest complete blueskalender, enz... Nog geen abonnee? Klik hier voor meer info.

    
  
     
foto's:
      © Franky Bruneel