Moulin Blues Festival
Ospeldijk, Ospel (NL) - 6 en 7 mei 2011

Het is ooit anders geweest, maar de weergoden waren Moulin Blues dit jaar wél gunstig gezind, en dat vertaalde zich, voor een deel en vooral op zaterdag dan, hadden wij de indruk, naar een stevige, ruime(re) publieksopkomst. Natuurlijk moet, in de eerste plaats, de 'affiche' de liefhebbers aantrekken, maar een leuk weertje, al is het dan waarschijnlijk niet allesbepalend, kan de 'laatste moment' twijfelaars toch overtuigen. Goed zo, het kader is geschetst, kunnen we ons nu op het eigenlijke gebeuren gooien, al moet je dat gooien niet al te letterlijk nemen natuurlijk...

vrijdag

Laten we al maar dadelijk voor een controverse zorgen, dan hebben we dat al gehad: Los Lonely Boys vielen ons dik tegen. Omdat we ze niet écht kenden, hadden we YouTube op de Boys losgelaten, en wat we daar te zien en te horen kregen, een dikke streep TexMex, kon ons wel bekoren. En… wat we dan uiteindelijk in Ospel op ons bord geschoven kregen was iets helemaal anders, namelijk voor het overgrote deel (kei)harde 'Texican' rock! Nu hebben wij, begrijp ons niet verkeerd, helemaal niets tegen rock, maar wat de Boys deden beantwoordde niet aan wat wij ons daar initieel van hadden voorgesteld. Okay, laten we even proberen zo objectief mogelijk te blijven. Henry Garza (gitaar en stem) heeft duidelijk goed geluisterd naar, en veel geleerd van, Stevie Ray Vaughan, Clapton, Carlos Santana en zelfs, vinden wij, John Mayall. Al die helden in één set, wat zeuren wij dan? Goed, bijna iedereen in de tent vond de Boys fantastisch, behalve zo hier en daar een oude zeur zoals wij.

Nee, dan hadden we, eerder op de avond, een beter gevoel bij de andere geprogrammeerde bands. Neem nu The Kilborn Alley Blues Band uit Champaign, IL, bijvoorbeeld. Een hier nog tamelijk onbekend viertal, ja toch?, maar al met een palmares (awards en nominaties) om u tegen te zeggen. Aan het begin van hun set waren we niet erg enthousiast en kwam de term 'mainstream' in ons opschrijfboekje terecht. Maar naarmate de set vorderde, werd onze nieuwsgierigheid groter en schrapten we 'mainstream' en vervingen we het door 'interessant'. Klassieke Chicagoblues, een beetje sixtiespop, wat countryachtige dingetjes en enkele soulnummers. Heel gevarieerd en dus de ganse set blijvend boeiend, vinden wij toch. In de persoon van Josh Stimmel heeft de Kilborn Alley Blues Band ook een fantastische gitarist in zijn rangen. Leuk.

Ook leuk gevarieerd, maar toch ook weer gans anders, want Brits, de set van Hokie Joint. De sound van Britse bands is, vinden wij, toch redelijk herkenbaar. De muzikale accenten liggen een tikkeltje anders dan bij Amerikaanse bands. Het is moeilijk te omschrijven, maar het is een andere… 'feel'. Okay, de Hokie-set was in orde, soms wat folky, een beetje Stevie Ray, maar toch hoofdzakelijk straight, urban blues, met dus dat Britse sausje. Best wel aanvaardbaar stevig ook bij momenten, maar toch redelijk wat gevoelvolle tragere nummers. En het is natuurlijk altijd wel zo: sommigen vinden Hokie Joint top en anderen vinden dit maar niks. En het is daarom een goede zaak dat smaken blijven verschillen.

Weer wat anders kregen we van Kenny Neal, geboren in New Orleans en getogen in Baton Rouge. Kenny maakte van zijn set een 'showcase' en wilde duidelijk laten zien en horen wat hij allemaal kan. En hij kan inderdaad nogal wat, daarover mag geen twijfel bestaan. Kenny doet blues met vaak een funky edge en brengt naast veel eigen werk ook wel een aantal, bij bijna iedereen welbekende, covers. Om er slechts een paar te noemen, want anders blijven we bezig: 'Things That I Used To Do' (bekend van onder andere Stevie Ray) en 'Since You Left Me Baby' (Big Jack Johnson). Wij hebben ons bij Kenny alleszins geamuseerd en dat was blijkbaar ook zo bij pakweg 90% van de 'bluestiffosi'.

Euh… o ja, dan was er ook Mike Sanchez nog. We hebben hamerende, stampende, swingende en rockende Mike al wel een keer of tien aan het werk gezien en het blijft toch plezierig. Ook de tent, de liefhebbers dan wel, was duidelijk mee, althans in het begin van de set, want mooie liedjes mogen niet te lang duren en 'crazy' Mike wist niet van ophouden. Dit resulteerde in een iets minder uitgesproken enthousiasme bij de massa. Maar al bij al een geslaagde eerste Moulin Blues-dag...

En om de ombouwpauzes op het hoofdpodium wat korter te doen lijken voor het (on)geduldige publiek, had de organisatie ook dit jaar weer voor entertainment gezorgd in de kleine tent, ofte het Moulin Blues Café. Blackberry & Mr Boo-Hoo (F) eerst, en Def Americans (NL) namen daar de honneurs waar. Blackberry & Mr Boo-Hoo, gitaar, harp, zang en stomp boxes, doen twee setjes authentieke, stampende, low-down Mississippi countryblues. Best aardig als tussendoortjes en in het juke joint-achtige 'Café' volledig op hun plaats. Def Americans van hun kant brengen een hommage aan 'The Man In Black' Johnny Cash. En ze doen dat verre van slecht, ze doen dat zelfs héél erg goed, zodanig dat je, met ogen toe weliswaar, zou denken dat Cash zelf op het podium was neergedaald.

Jean Bervoets

zaterdag

Speelvreugde was zowat het sleutelwoord van deze Ospelse zaterdag. En wanneer de energie op het podium resulteert in welgemeende appreciatie vanwege het publiek, dan is de score dubbel!

Zalig was het, toen de twaalfjarige drumster Taya Perry rechtveerde om het publiek te danken voor het minutenlange applaus na afloop van het optreden van The Homemade Jamz Band. En ook al hebben de 19-jarige zanger/gitarist Ryan Perry en de 16-jarige bassist Kyle Perry, allen telgen uit hetzelfde gezin, al wat meer de attitude van doorgewinterde artiesten, toch konden zij hun fierheid niet onderdrukken. Het publiek had zich een dik uur vergaapt aan de schitterende instrumenten, gebouwd uit gerecycleerde Ford-uitlaten. En ook de geëlektrificeerde gedreven blues, recht uit het hart van Tupelo, Mississippi, was er als zoetekoek ingegaan. Deze tienerband, met vader Renaud Perry in een bescheiden figurantenrolletje op harmonica, is de verpersoonlijking van de kaakslag die we maar al te graag toedienen aan criticasters die het einde van de blues prediken.



Ook John Németh scoorde grenzeloze bewondering vanwege het publiek. Neen, dat publiek joelde niet uitzinnig. Iedereen stond immers gewoon sprakeloos aan de grond genageld vanwege zoveel vakmanschap en de overtreffende trap van Némeths lijzige soulstem. Met een evenwichtig uitgebalanceerde mix van blues en soul staat deze relatieve nieuwkomer er helemaal. Ook de harmonicaliefhebbers hadden aan Németh talloze hapklare brokken. En nu we het toch over overtreffende trappen hebben, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de broertjes Johnny (gitaar) en Jay (drums) Moeller voor Texasboy Shawn Pittman het opstapje naar de ultieme zelfbevestiging waren. Deze adequate gitarist droeg net zoals op hun gezamenlijke cd op Feeling Good Productions zijn repetitieve ritmes bij tot de volle totaalsound van het trio. Ook dit was een feestje!

Natuurlijk is het niet allemaal goud wat blinkt. Vroeg op de middag brachten de Nederlandse Vibrotones een nogal rommelige mix van rockabilly en rootsrock, waarin de drummende zanger bijwijlen vocaal redelijk off-key de leuke gitaartwang fnuikte. En diva Janiva Magness - het groene blaadje verwelkt stilaan - had het kwaad om met volle overtuiging wat inlevingsvermogen te acteren. De scheiding met bassist/saxofonist Jeff Turmes heeft duidelijk zijn sporen nagelaten. Janiva liet het leeuwendeel van het werk over aan haar verdienstelijke band, waarin vooral de voortreffelijke gitarist een sterrenrol kreeg toebedeeld. De bombastische intro, met groteske verwijzingen naar La Magness' Blues Music Awards ten spijt, kon niet verhelpen dat we de blues enigszins misten en in ons notitieboekje de term 'bluesy pop' optekenden.

Terug over naar wat hoogtepunten. De pure blues overwint altijd. Altijd! In de vroege namiddag glunderde een vermoeide Bob Corritore - straight from Schiphol Airport - omwille van zijn Blues Music Award voor 'best historical album'. Hij blies zich de longen uit het lijf bij de rudimentaire downhomeblues van Dave Riley. De no-nonsense-aanpak beviel het publiek uittermate. Even waanden we ons terug in het diepe zuiden (Ospel ligt niet voor niets in Nederlands diepe zuiden), want deze klasseband bracht de onversneden recht-voor-je-raapse assholeblues. Knap!!

De headliners dan. Nick Moss & The Flip Tops brachten ruwe Chicagoblues zoals die anno 2011 klinkt. De jonge hammondspeler bleek een waardige opvolger voor Piano Willie en Nick toverde statig kunstige gedreven solo's uit zijn aftandse Gibson. Hij is zijn gewicht in goud waard, hoe kolossaal hij ook is geworden. Chicago telt nu eenmaal nieuwe helden. The Fabulous Thunderbirds mochten het festival sluiten en deden dat waardig. Ze brachten een fijntjes uitgekiende mix van zowel nieuw als klassiek werk. Uiteraard is frontman Kim Wilson diegene die voor de authenticiteit zorgt, maar we kunnen niet voorbij de jonge horde. Gitarist Johnny Moeller schittert gewoon wanneer hij bitsig funkt in 'Hold Me Baby', maar tegelijk hebben hij en collega-gitarist Mike Keller zich de klassiekers als 'My Babe' en 'Tuff Enuff' voldoende eigen gemaakt om er de voor het publiek o zo noodzakelijke herkenbaarheidsfactor in te verweven. En Wilson zelf heeft na al die jaren nog geen greintje aan uitstraling ingeboet. Hij leidt zijn band met strakke hand en een uiterst professionele visie.

Ospel 2011 bevestigde qua variatie en aanbod zijn ijzersterke reputatie. Het klankvolume met klemtoon op bas en drums moet je voor lief nemen, maar dit is een bewuste keuze van de organisatoren. Het is natuurlijk dankzij een eigen kijk op het blueslandschap dat Fons & co. hun status van Nederlands grootste bluesfestival blijven handhaven.

Franky Bruneel


Moulin Blues Café


Drie 'acts' zaterdag in het Café. En alsof het nog niet warm genoeg was, meende Dave
Arcari
, uit Schotland, er nog een schepje bovenop te moeten doen. Dave, je weet eigenlijk nooit goed naar wie of waar of wat hij kijkt, speelt heel intens iets van een soort mix van, zou hij dat zelf bedacht hebben?, trash country, punk, rockabilly en pre-war Delta blues. Hij geselt zijn National Steel alsof dit het laatste is wat hij ooit zal doen. En misschien is dat ook wel zo. Een beetje te druk, te … woest voor ons.

De Denen Tim Lothar Peterson & Peter Nande pakken het wat rustiger aan. Stem, gitaar, harp en wat ritmisch voetenwerk, dat is het sobere instrumentarium dat de heren gebruiken om toch twee leuke countrybluessetjes neer te zetten. In hun thuisland zouden ze al verscheidene bluesonderschei-dingen hebben gekregen, en ja, dat geloven wij zondermeer.

Big Pete vormt voor een aantal gelegenheden, shows, een duo met Ian Siegal en zij mochten in deze samenstelling op Moulin Blues uiteraard niet ontbreken, zullen de organisatoren hebben gedacht. Ian is niet altijd even stipt en niet altijd even lucide, maar eenmaal op dreef is hij nog nauwelijks af te stoppen. Het was overigens een tijdje geleden dat we hem zonder één of ander gispverband hadden gezien. Pete en Ian, een geslaagde combinatie die met één lange energieke set de temperatuur in het Café serieus deden oplopen.

Jean Bervoets

reageer op dit artikel

 

    
      foto's: © Franky Bruneel

      van boven naar onder:
      - Los Lonely Boys
      - Kilborn Alley Blues Band
      - Kenny Neal
      - Mike Sanchez
      - Homemade Jamz Band
      - John Németh
      - Dave Riley & Bob Corritore
      - Kim Wilson

      - sfeerbeeld (foto: Peter Jacobs)

       ___________________________

      
koppelingen:
       
 - site Moulin Blues Ospel








      




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 








 

 




















 


 

 

 

























 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





































 


This site tracked by OneStat.com. Get your own free site counter.